| Benchmark CO2-emissies personenmobiliteit |
Gemeenten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de CO2-reductie door in haar beleidsafwegingen consequent CO2-effecten mee te wegen. Dit vergt een integrale aanpak, waarbij het beschikbaar hebben van relevante informatie van belang is, zodat de juiste beleidsacties ingezet kunnen worden.
Tussen de verschillende gemeenten in Nederland blijken er grote verschillen te bestaan in de CO2-emissie door personenmobiliteit per inwoner. Zo produceert een inwoner in Almere bijna 2x zoveel CO2 door mobiliteit dan een inwoner van Amsterdam. Dit blijkt uit onderzoek dat Goudappel Coffeng BV op eigen initiatief heeft uitgevoerd. Met behulp van de mobiliteitsgegevens uit het Mobiliteitsonderzoek Nederland (MON) en de gegevens over CO2-uitstoot per reizigerskilometer in het vervoer per auto, fiets, bus of trein is een overzicht gemaakt van de gemiddelde productie van CO2 per inwoner per gemeente. De vervoermiddelkeuze is natuurlijk van belang als verklarende variabele voor de CO2-productie. Veel belangrijker zijn de reisafstanden tot werkgelegenheid en voorzieningen en de mate waarin een gemeente zelfvoorzienend is. Op deze gronden scoort een stad als Enschede relatief goed, terwijl een stad als Amersfoort, met zijn mobiele bevolking, een hoge CO2-productie per inwoner kent. De resultaten van het onderzoek geven handvatten voor strategische keuzen in de ontwikkeling naar meer duurzame mobiliteit. Een effectieve beleidsinzet bestaat in essentie uit vier pijlers, de zogenaamde vier v's:
1) voorkomen van verplaatsingen
2) verkorten van verplaatsingen
3) veranderen van de vervoerswijzekeuze
4) verschonen van de voertuigen zelf.
Het huidige beleid zet vooral in op het verschonen van de voertuigen, terwijl een beleid gericht op het voorkomen en verkorten van verplaatsingen ook effectief is.
U kunt hier het rapport downloaden.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met
, tel. (0570) 666 839.







