'Volop interactie tijdens eerste ‘Battle of the Modes’

27 februari 2017

Tijdens de afsluitende borrel waren de studenten en de inleiders het al snel eens. Deze eerste editie van ‘Battle of the Modes’ (over de mobiliteit van vandaag en in de toekomst) verdiende zeker een vervolg. Vlak daarvoor was in de Utrechtse Blikopener deze intensieve kennis- en discussiesessie afgerond tussen ruim 35 studenten en de vertegenwoordigers van de kennisinstellingen.

Goudappel Coffeng en DAT.Mobility organiseerden deze eerste editie van de ‘Battle of the Modes’ voor wo- en hbo-studenten. Onder leiding van drie wetenschappers konden studenten met hun team tegen de andere (verkeers)modaliteiten strijden. Carlo van de Weijer (TU Eindhoven) leidde het auto-team, Niels van Oort (TU Delft) verdedigde het openbaar vervoer en Marco te Brömmelstroet (UvA) sprong op de bres voor de fiets. Via pitches en met goede argumenten probeerden de wetenschappers de studenten in hun team te krijgen. Het bleek een schot in de roos. De studenten grepen de kans om tijdens deze ‘Battle of the Modes’ op een leuke en interactieve manier in aanraking te komen met de wereld van mobiliteit.

‘Niemand weet het meer’
Strategisch adviseur Bas Govers leidde de bijeenkomst in. ‘Wij zijn dagelijks bezig met alle modaliteiten en zijn benieuwd wat jullie hiervan vinden. Zo langzamerhand weet niemand meer wat er in de wereld gaat gebeuren. Wij weten kwantitatief best veel, we halen informatie van tal van plaatsen. En dat proberen we om te zetten in adviezen voor gemeentes, maar ook voor bedrijventerreinen en campuslocaties, om maar eens iets te noemen. Wij zijn benieuwd wat jullie belangrijke modaliteiten voor de toekomst vinden. Wat gaat er werken in 2040, welke modaliteit heeft de toekomst in zich en wordt belangrijker dan nu al het geval is? De drie inleiders proberen jullie van de waarde van hun modaliteit te overtuigen. Totaal verschillende thema’s; trends en verwachtingen, gedrag, de invloed van big data. Na drie uiteenlopende presentaties van Goudappel Coffeng en DAT.Mobility worden stellingen geponeerd waarover we gaan debatteren. Daarna moeten jullie zelf aan de slag om een casus uit te werken.’

‘Lease-auto voor studenten’
Carlo van de Weijer (TU Eindhoven) gaf als eerste aan dat hij een elektrische fiets heeft, een opgevoerd exemplaar nog wel (‘tot 40 km’) maar hij kwam naar Utrecht met de auto. Hij stak meteen van wal: ‘jullie hebben allemaal een ov-kaart. Terwijl jullie moeten weten dat het veel goedkoper is als jullie allemaal een nieuwe lease-auto hadden gekregen. Een private lease auto is – zonder brandstof –goedkoper dan een ov-jaarkaart. Maar ja, daar zitten ook weer tal van nadelen aan natuurlijk en daarom subsidiëren we met zijn allen de trein in Nederland. Terwijl de auto’s steeds beter worden, inherent veilig en schoon, maakt het dus eigenlijk niet uit welke modaliteit je kiest. Het doet er allemaal niet toe. Als je als chauffeur maar geen sigaret opsteekt in je elektrische auto want dan wordt de roetuitstoot ineens zomaar 10 procent hoger,’ schertse Van de Weijer. ‘Wat ik wil aangeven: de auto is beter en goedkoper. Hou dát in gedachten. Ik vraag me werkelijk af wat we nog met de trein moeten, dat is zo’n dure modaliteit. Daar betalen we zomaar 3 miljard euro per jaar voor, het maakt herrie, is ook nog eens klantonvriendelijk en dan moeten er nog tickets worden verkocht. Verder investeren in ov heeft wat mij betreft geen zin. Probeer dan eerst maar eens het voor- en natransport beter te organiseren. Met andere woorden: lever die ov-jaarkaart in, geef iedere student een auto. Het enige probleem dat je dan hebt is de ruimte. Daarom moeten er allemaal diensten worden ontwikkeld zoals autodelen en het gebruik maken van über, unter en zwischen. Ik wilde laatst naar Appelscha, kon er gewoon niet komen met het ov. Moest ik ruim twee uur in de auto gaan zitten? Met ov en fiets zou ik alsnog 22 km hebben moeten fietsen. Ja inderdaad, jammer dat er nog geen elektrische ov-fiets is. Uiteindelijk heb ik een auto voor een ochtend geleend met dank aan een nieuwe dienst. Met nieuwe diensten op het gebied van mobiliteit wordt de auto alleen maar beter. De mens is van nature mobiel, wij zijn mobiel. De fiets brengt mij niet overal. De auto is wat mij betreft dus de enige geschikte modaliteit.’

‘Waar wil je wonen?’
Niels van Oort (TU Delft): ‘Ik ben er trots op dat ik hier de battle mag aangaan. Het gaat er om dat je je afvraagt op welke wijze je van welke modaliteit gebruik maakt. Het gaat erom: in welke stad wil je wonen? In welke regio? Het lijkt nu veel over geld te gaan maar het gaat vooral om ruimte, economie, milieu.’ Daarna toonde Van Oort een prachtig filmpje over de voordelen van het openbaar vervoer: ‘Winning cities grow with public transport.’ Van Oort: ‘Waar zouden we zijn in steden als Amsterdam, Parijs en New York zonder openbaar vervoer? In het ov gebruiken we het raamwerk van de vijf e’s: effectieve mobiliteit, een efficiënte stad, economie, milieu (environment) en sociale cohesie (equity). Onder andere om mobiliteit te bevorderen, snel, comfortabel en om betrouwbaar van a naar b te komen. Een auto daarentegen kost heel veel ruimte, het ov is voor iedereen gelijk, toegankelijk en schoner. Je kunt met de trein overal naartoe, dat zie ik op de fiets nog niet gebeuren. Bovendien: je komt met het ov snel, comfortabel en droog op de plaats van bestemming. Je hoeft niets te doen, en je mag van alles.’ Met een knipoog naar de studenten: ‘je kunt in de trein instagrammen, snapchatten, doen wat je wilt. Je hoeft nergens op te letten. Bovendien is het ook nog eens schoner en goed voor het milieu. Het ov is eigenlijk: de gezamenlijke ruimte optimaal benutten. Het gaat om blije reizigers maar ook om een blije omgeving. Iedereen kan meedoen, arm of rijk, jong of oud. Voor wat betreft de toekomst is de techniek minder relevant (zelfrijdend, hyperloop of conventioneel railvervoer) maar staat collectiviteit (‘sharing’) en efficient ruimtegebruik voorop. Ov dus!,‘ aldus Van Oort.

‘Van vreugde tot droefheid’
Marco te Brömmelstroet (UvA) begon met een citaat van Charles Montgomery: over onderling goed functioneren: ‘We were born to move, not merely to be transported’. Te Brömmelstroet: ‘Je moet actief zijn als je onderweg bent. Fietsen kost geen geld, het levert bovendien nog eens een factor 18 op door actief te zijn – het bespaart immers op de gezondheidszorg. Maar hoe komt het dat de fiets niet zo populair lijkt: het is zo logisch en gemeengoed dat je er niet meer over nadenkt. We denken er niet meer actief over na. Daar ligt voor mij de uitdaging. Het is de gemakkelijkste oplossing om mobiel te zijn. Je wordt vrolijk van fietsen, uit onderzoek blijkt ook wel dat fietsen leidt tot vreugde en vrolijke emoties, en dat het gebruik van ov leidt tot de emoties woede en droefheid. Actief onderweg zijn maakt eenvoudigweg gelukkiger en meer tevreden. De gelukkigste kinderen komen uit Nederland, ook omdat ze al zo jong leren fietsen. Omdat we ons zelfstandig kunnen verplaatsen in de openbare ruimte, the dutch way. De fiets is bovendien 200 jaar geleden uitgevonden, in 1817. Er is alleen nauwelijks in geïnnoveerd. We moeten echter nadenken over de toekomst en moeten niet kijken naar het verleden.’
Als we met zijn allen praten over nieuwe ontwikkelingen, laten we dan vooral kijken naar de menselijke kant. Is dat een goed idee, een selfdriving car of de hyperloop? Het is een soort ‘beam me up Scotty’ waarbij de reiziger zelf niets doet. Je wilt van a naar b en neemt mobiliteit voor lief. Hoe minder weerstand, hoe beter? Lijkt me toch niet. Seamless travel? Is dat wel nuttig? Als je reizen seamless maakt, leidt dat niet tot het reduceren van mobiliteit, maar men gaat verder reizen, vaker naar Appelscha, vaker naar Parijs. Afstanden zijn in zestig jaar tijd vele malen groter geworden. Maar wat betekent dat voor de manier waarop we met elkaar omgaan? Van fietsen, actief zijn, wordt iedereen beter.’

Bekijk de gehele fotoserie (Foto's: Marco de Swart):

Stellingen
Na deze drie inleidingen kozen de studenten voor een modaliteit en maakten zich klaar om te luisteren naar boeiende presentaties van Thomas Straatemeier over ‘’Hoe maak je een aantrekkelijke stad’, bijvoorbeeld als het gaat om verblijven en verplaatsen? ‘Hoe maak je een weerbare stad’, bijvoorbeeld ten aanzien van groei en werkgelegenheid en ‘Hoe houden we de stad eerlijk, met andere woorden: hoe kan iedereen in een stad meedoen, raken mensen niet achterop en kunnen ze wellicht niet aanhaken bij een nieuw en slim mobiliteitssysteem?

Aan de hand van de eerste stelling (‘OV blijft het beste antwoord op ruimtegebrek in onze steden’) werd al meteen duidelijk dat de studenten een interactieve middag tegemoet zouden gaan. Standpunten werden uitgewisseld en met verve werden de respectieve modaliteiten verdedigd. Daarna volgden interessante presentaties van gedragsonderzoeker Matthijs Dicke-Ogenia over gedrag (mensen veranderen niet, wat moet je wel doen? Als je omgeving verandert kun je mensen tot ander gedrag bewegen’) en Sander van der Drift, consultant it & mobiliteit, die een goede inkijk gaf in wat je met al beschikbare data in stedelijke omgevingen kunt waarnemen en hoe je die data vervolgens in de praktijk kunt toepassen –bijvoorbeeld in studies over stedelijke bereikbaarheid. De oren spitsten zich toen ook duidelijk werd welke attracties in de hoofdstad op de meeste bezoekers kunnen rekenen, getuige bijvoorbeeld onder andere het aantal foto’s dat ter plekke wordt gemaakt en het inzicht die de verkregen data dan opleveren.

Gebruikte stellingen:
- Openbaar vervoer blijft het beste antwoord op ruimtegebrek in onze steden
- Een verkeer- en vervoersysteem gebaseerd op de fiets zorgt voor de meest weerbare stad
- Goedkope, schone en (zelfrijdende) auto is de grootste verbetering in het eerlijker maken van het verkeer- en vervoersysteem

Daarna werden de studenten willekeurig verdeeld over zes groepen waarbij ze elk een eigen ‘gebied’ kregen toegewezen, zoals bijvoorbeeld ‘middelgrote steden met een historische kern’. Daar moest een plan voor de gebruikte modaliteiten in de toekomst voor worden gemaakt. Die casus werd in drie minuten voor de aanwezigen en aan de driekoppige jury gepresenteerd. Originele ideeën en unieke invalshoeken genoeg, zo bleek. Na een half uur kwam de groep die campusgebieden kreeg toebedeeld als winnaar uit de bus en kreeg uit handen van jury-voorzitter Niels van Oort een slagroomtaart uitgereikt. ‘Met lof van de jury omdat onder andere breder dan mobiliteit werd gekeken (ontmoeten en ruimtelijke kwaliteit) en er was echt sprake van een goede multimodale mix met voor iedere doelgroep een optimum,’ aldus de jury.