Infrastructuur gereed voor zelfrijdende voertuigen

20 juli 2018

Zelfrijdende Voertuigen komen eraan. De technologie heeft in de afgelopen jaren dusdanige stappen vooruit gemaakt, dat er nu geen sprake meer is van toekomstmuziek. Het is nu de realistische verwachting dat over enkele jaren voertuigen geschikt zullen zijn om in vergaande mate zelfrijdend te kunnen zijn. De vraag is echter of Zelfrijdende Voertuigen zomaar op de Nederlandse wegen kunnen rijden. Of zijn er aanpassingen nodig, en op welk vlak dan digitaal, fysiek of in de regelgeving? De inschatting is dat deze ontwikkeling gevolgen heeft voor wegbeheerders overal ter wereld, ook in Nederland, zeker als we vanuit het wenkende perspectief de komst van Zelfrijdende Voertuigen willen faciliteren. De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft ook aangegeven dat zij de infrastructuur wil gereed gaan maken voor verbonden (connected) en geautomatiseerd rijden.

Onderzoek naar voorzieningen
Goudappel Coffeng heeft samen met AutomotiveNL, Rebel en Bast (Dld) advies uitgebracht over de noodzakelijke en wenselijke voorzieningen in de fysieke en digitale infrastructuur van het hoofdwegennet, voor de komende jaren ten behoeve van automatische voertuigen (zelfrijdende auto, truck platooning en people movers).

De resultaten op hoofdlijnen: er zijn geen grootschalige investeringen nodig in de Nederlandse hoofdinfrastructuur. Aandachtspunten zijn consistentie en eenduidigheid in belijning, bebording en dynamische signalering. De belasting van bruggen en viaducten door truck-platooning moet verder worden onderzocht. De grootste opgave ligt in de digitale infrastructuur: digitalisering van gegevens moet worden geïntensiveerd, uitgebreid en gecompleteerd worden. Keuzes voor standaarden of uitwisseling zijn soms taaie processen omdat er vaak grote (bijv. politieke of industriële) belangen mee gemoeid kunnen zijn. Vanuit de overheid is dan ook vooral een investering in kennis en deskundigheid nodig om de juiste keuzes te kunnen maken.

Vier beleidsscenario’s
Alle voorzieningen die geïnventariseerd zijn, zijn gegroepeerd in een viertal scenario’s om beleidskeuzes mogelijk te kunnen maken. De voorzieningen in het basisscenario ‘veiligheid voor alle voertuigen’ zijn relatief ‘goedkoop’. Het gaat voor een groot deel om procesmaatregelen, zoals het borgen van eenduidigheid en minimumeisen. Andere scenarios spelen in op ‘bereikbaarheid’, ‘economie en innovatie’ en ‘slim assetmanagement’. Een belangrijke notie is dat het “rendement” in alle scenario’s groter is indien ze op internationaal niveau worden genomen. Dan dalen de kosten, stijgen de effecten, en wordt de transitietijd korter. Tenslotte: er dient geen investering te worden genomen waarvan reeds nu te voorzien is dat de desbetreffende assets over enkele jaren weer afgebouwd moeten worden.

De uitkomsten van het onderzoek en het advies heeft zijn weg inmiddels gevonden in de beleidsbrief van de minister over Smart Mobility van 4 oktober 2018.

Opdrachtgever: OG: Ministerie Infrastructuur & Waterstaat
Jaar: april-oktober 2018