Ontwerpend onderzoek Smart Mobility

4 januari 2018

De bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid van Nederland staan onder druk. Bij het zoeken naar oplossingen kan Smart Mobility een belangrijke rol spelen. Maar wat is de ruimtelijke impact van deze maatregelen, hoe verandert bijvoorbeeld de gebouwde omgeving wanneer innovatieve technologie voor mobiliteitsvraagstukken wordt ingezet, maar meer generiek nog wat zijn de consequenties voor de inrichting van onze ruimte als Smart Mobility grootschalig wordt toegepast? Die vraag stelde het ministerie van toen nog Infrastructuur en Mileu.

Die vraag is meer dan relevant. De bevolking groeit en wonen in de toch al drukke stad wordt steeds populairder. Tegelijkertijd willen we veel groen in de stad en is er meer en meer ruimte nodig voor waterberging. Deze claims op de beperkte ruimte zijn alleen goed te honoreren, als we die ruimte echt efficiënt benutten. Een herijking van de ruimte die mobiliteit opeist, is daarom op z’n plaats. Ter illustratie: in Nederlandse steden beslaan wegen en parkeervoorzieningen maar liefst 48% van de openbare ruimte. De helft van de ruimte in de stad gaat dus naar rijdend en stilstaand verkeer! Kunnen ontwikkelingen op het gebied van slimme mobiliteit ons helpen die voetafdruk te verkleinen?

Samen met Posad heeft Goudappel Coffeng middels ontwerpend onderzoek vier cases (e-bike, stadslogistiek, MaaS en volledig automatisch rijden) met de naar verwachting grootste impact uitgewerkt voor zowel de Metropoolregio Amsterdam en de stedendriehoek Apeldoorn-Deventer-Zutphen. Door de verschillen in beide regio’s zijn generieke en specifieke lessen te trekken over de impact van Smart Mobility op de ruimte. We hebben hierbij de ruimtelijke principes van de vier innovaties in beeld gebracht langs vier verhaallijnen en de effecten op de ruimte getest, verdiept en aangescherpt. Uit het onderzoek blijkt blijkt dat de ruimtelijke impact niet onderschat mag worden en de lessen dus zeer relevant zijn voor veel overheden.

Een samenvatting staat in NM magazine

 

Opdrachtgever: Ministerie Infrastructuur en Milieu
Jaar: juni-december 2017