Van Dom-tot-Dam (snel)fietsroute: kansrijk alternatief

8 januari 2019

Investeren in snelfietsroutes op regionale afstanden geldt als een van de meest kansrijke maatregelen als alternatief voor het verder verbreden en uitbouwen van het autonetwerk. Samen met de fiets in de stad en de combinbatie fiets/ov biedt de snelle fiets op langere afstanden een kansrijk alternatief voor de auto.

De fietsroute tussen Utrecht en Amsterdam (van Dom tot Dam), die langs het Amsterdam-Rijnkanaal loopt, is hier een voorbeeld van. Deze route kan de mogelijkheid bieden ongestoord en snel een relatief lange afstand per fiets (of per speed-pedelec) af te leggen. Op dit moment is de infrastructuur nog niet voldoende om snel met de fiets tussen Utrecht en Amsterdam, of tussen tussenliggende kernen, te reizen. Rijkswaterstaat wil deze route voor de fietser verbeteren. Goudappel Coffeng heeft de mogelijke maatregelen in kaart gebracht samen met Movares. 

Na een schouw van de huidige route zijn samen met stakeholders de uitgangspunten, mogelijke routes en verbeterpunten voor de Dom tot Dam-route geformuleerd. Dit heeft geleid tot een ambitiedocument waarin de focus ligt op de: 

  • Herkenbaarheid van de route, zodat het voor de gebruiker duidelijk is dat hij op de snelfietsroute zit
  • Verwijzingen naar de route toe en op de route zelf
  • Knooppunten met OV-lijnen, met als doel dat de combinatie OV en fiets een alternatief kan zijn voor de auto
  • Afwisseling en verrassing, heeft voornamelijk te maken met de beleving van de route
  • Strategische plaatsing kunst/landmarks, heeft sterke overeenkomsten met de iconische waarde

 
Voor bovenstaande aspecten zijn mogelijke maatregelen meegegeven om de betreffende punten te verbeteren. Adviseur Bas Alferink: "Met Rijkswaterstaat kijken we tevreden terug op de verkenning naar de mogelijkheden voor de Dom tot Dam-route. Vooral de klankbordgroep, waarin samen met stakeholders naar de uitgangspunten en mogelijkheden is gekeken en de bijbehorende risicosessie is van duidelijke meerwaarde gebleken." 

 

Opdrachtgever: Rijkswaterstaat
Jaar: 2018