Elektrische rijders zijn net normale automobilisten

17 juli 2019

Adviseur Niels Voogt schreef bijgaande - prikkelende - column voor Verkeer in Beeld.

De transitie naar elektrisch rijden is in volle gang. Het aantal betaalbare elektrische auto’s met een grote(re) actieradius neemt toe. Dat hiermee ook de laadbehoefte stijgt, is evident. Volgens het Klimaatakkoord zijn er in 2030 1,8 miljoen laadpalen nodig voor 1,9 miljoen elektrische auto’s. Hiervan bevinden zich er circa 1,1 miljoen in (semi)publiek gebied; momenteel zijn er 41.000 (semi)publieke laadpalen beschikbaar voor 152.000 stekkerauto’s.

Het uitgangspunt is dat 85% van het laadvolume van normale laadpunten komt en 15% van snellaadstations. Gemeenten ontvouwen strategische plannen voor de uitrol van elektrische laadpalen. Op basis van prognoses over het verwachte aantal elektrische voertuigen worden de potentiële locaties van laadpunten vastgesteld. Dat is hartstikke mooi, want hiermee verschuiven we van ‘u vraagt en de overheid draait’ naar een proactieve aanpak.

Zijn de huidige elektrische rijders nog vaak zakelijke automobilisten die relatief veel kilometers rijden (en deze auto mede vanuit financiële overwegingen of vanwege het beleid van de werkgever hebben aangeschaft), in de nabije toekomst verandert deze groep in een bredere groep met divers verplaatsingsgedrag en daardoor een veel grotere spreiding in het dagelijkse gebruik.

In de praktijk betekent het dat niet iedere auto dagelijks hoeft te worden opgeladen. Ook hoeft niet iedere elektrische rijder permanent verzekerd te zijn van een volle accu vanwege een beperkte reisafstand in combinatie met technologische ontwikkelingen die een grotere actieradius mogelijk gaat maken. De huidige ‘fossiele’ auto met een halfvolle tank wordt ook niet elke dag volgetankt omdat je de dag daarna slechts 30 kilometer wilt rijden. Een grotere actieradius in combinatie met een meer divers verplaatsingsgedrag resulteert in de praktijk in meer dubbelgebruik van laadpunten, net als het geval is bij reguliere parkeerplaatsen. De elektrische rijder van de toekomst is hiermee eigenlijk dezelfde als de hedendaagse automobilist.

Moeten we, met dit in ons achterhoofd, niet veel slimmer naar de toekomst van de laadinfrastructuur kijken? Dus terug naar de tekentafel en de laadinfrastructuur ontwikkelen die uitgaat van het verplaatsingsgedrag van de automobilist, in de wetenschap dat nieuwe technieken binnen handbereik komen. We moeten ons kortom niet te veel laten leiden door de huidige stand van zaken. In plaats daarvan is een integrale benadering met oog voor de toekomstige mogelijkheden en behoefte nodig en dan kan het zomaar zijn dat de Nederlandse laadinfrastructuur er heel anders uit gaat zien. Dat voorkomt dat we te grote investeringen gaan doen om Nederland vol te zetten met maar liefst 1,8 miljoen laadpalen met het risico dat dit ‘de telefooncellen van de toekomst’ zijn.

Niels Voogt, Adviseur bij Goudappel Coffeng