'We zijn straks allemaal mobilisten'

7 juni 2018

Hoe verplaatsen we ons in de nabije toekomst in de stad? Hebben we met de opkomst van de deeleconomie nog eigen vervoersmiddelen nodig? De mobiliteitsector is volop in beweging, vertellen smart mobility professionals Niels van Oort (TU Delft en Goudappel Coffeng) en Marije de Vreeze (Connekt) in Delft Business.

Nu de gemeente Delft werkt aan het Mobiliteitsplan 2040 en vraagt om input uit de stad, denken zij alvast mee (...) Wat voor stad wil je zijn? “De wereld van de mobiliteit is hard aan het veranderen”, opent Niels van Oort het gesprek. “De klassieke vervoersmethoden, of modaliteiten, blijven op zich wel bestaan. Dan bedoel ik: lopen, fietsen, autorijden en openbaar vervoer. Maar deelmobiliteit neemt toe. In het Delftse straatbeeld verschijnen van die fietsen met blauwe banden: de ‘swapfiets’. De ov-fiets was er al. Maar sinds kort bestaat ook MoBike, een initiatief uit China, en zijn er nog meer alternatieven. Ook zie je overal deelauto’s. De klassieke modaliteiten hebben allemaal zo hun voor- en nadelen. Er is er niet één die de ander overstijgt. Daarom is het principe van-deur-tot-deur sterk in opkomst. Dat is een mix van vervoersmiddelen die je als service afneemt van een aanbieder. Je regelt dit via een app. De vraag is dan: wat is de optimale mix in tijd en ruimte? Op verschillende momenten kun je een andere mix nodig hebben. Zondagmiddag is je behoefte anders dan maandagmiddag. Wordt voor je geregeld. Je wordt dus als het ware een ‘mobilist’. Je maakt gebruik van mobiliteit, maar op welke manier en van wie het voertuig is dat jij gebruikt, is minder belangrijk.”

Over het Mobiliteitsplan 2040 dat de gemeente Delft maakt, zeg Van Oort: “Als gemeente moet je je eerst afvragen: wat voor stad willen we zijn? Een prettige omgeving om te wonen, te werken en te recreëren wordt ook beïnvloed door mobiliteit. Mobiliteit is immers een middel, geen doel. Afhankelijk van de doelen die je als stad kiest, pas je je mobiliteitssystemen hierop aan.”

Marije de Vreeze van Connekt is het hiermee eens. “Mobiliteit is daar volledig dienstbaar aan. Als stad wil je dat alle faciliteiten goed bereikbaar zijn, dat inwoners gelukkig zijn, dat je inderdaad toegang hebt tot wonen, werken en recreëren. Dat is wat mobiliteit biedt. En hoe mobiliteit hierin voorziet, is aan verandering onderhevig.” Van Oort kan zich voorstellen dat Delft het gebruik van de fiets flink stimuleert. De Vreeze plaatst daar ook een kanttekening bij: “Ik heb mij ook laten vertellen dat de gemiddelde Delftenaar drie fietsen heeft en dat dit qua infrastructuur nogal een uitdaging oplevert, bijvoorbeeld bij het station.”

De rest van het artikel is hier te bekijken of hieronder als download beschikbaar. 

Download het artikel uit Delft Business