Klimaat en Energie

Duurzame stad met maximale ontplooiingsmogelijkheden

Rode draad in onze advisering is de duurzame stad. Dat is in onze ogen een stad die allereerst zo optimaal mogelijk omgaat met natuurlijke hulpbronnen en zo min mogelijk CO2-uitstoot veroorzaakt. De duurzame stad is ook het middelpunt van de stedelijke samenleving, die maximale ontplooiingsmogelijkheden biedt aan burgers.
Onze expertise is mobiliteit in al zijn facetten. Dat betekent dat wij verder kijken dan verkeer en vervoer en vooral bestuderen welke rol mobiliteit speelt in de gewenste duurzame ontwikkeling van de samenleving. 

Ruimtelijk én aantrekkelijk concentreren
De duurzame stad heeft een hoge dichtheid van bebouwing. Ruimtelijke concentratie is een belangrijke voorwaarde voor energiezuinigheid: het leidt tot kortere verplaatsingen die vaker per fiets kunnen, het biedt betere voorwaarden voor openbaar vervoer. Bovendien is het gunstiger voor bijvoorbeeld verwarming en afvalverwerking. Ruimtelijke concentratie is ook economisch gunstig: het maakt communicatie en transport toegankelijker en goedkoper. De uitdaging is om ruimtelijk te concentreren in een aantrekkelijke vorm. Dus met aandacht voor stedelijk groen en veiligheid.

De duurzame stad heeft ook een vermenging van functies. In combinatie met ruimtelijke concentratie leidt functiemenging juist tot kortere verplaatsingen en betere voorwaarden voor openbaar vervoer.


Vier bouwstenen
De bekende vier V’s van duurzaamheid (Voorkomen, Verkleinen, Veranderen en Verschonen) vormen feitelijk de noodzakelijke bouwstenen om tot een duurzame stad te komen. De eerste twee V’s zijn die van ruimtelijke concentratie en functiemenging. Dichterbij elkaar zitten voorkomt lange verplaatsingen en verkort de overgebleven verplaatsingen. Op dit moment is de belangrijkste concrete maatregel hiervoor het bebouwen van de restruimtes binnen het bestaande stedelijk weefsel. De Nederlandse steden hebben her en der verouderde bedrijventerreinen en havengebieden, die niet meer effectief worden gebruikt en waar verloedering op de loer ligt. De Merwedekanaalzone in Utrecht is hier een mooi voorbeeld van. De uitdaging is om het bouwen in de restruimtes ruimtelijk en verkeerstechnisch in te passen. Nieuwe vormen van mobiliteit (denk aan MaaS) maken deze ontwikkelingen mogelijk zonder verlies aan leefbaarheid en comfort voor de toekomstige bewoners. De twee andere V’s, Veranderen en Verschonen, zijn belangrijk waar het gaat om mobiliteit in relatie tot energie en CO2-uitstoot. Veranderen of verschuiven van de modal split (de keuze van vervoerwijze) behoort al jaren tot onze expertise van Goudappel Coffeng.

Schone alternatieven
Voor mobiliteit is het maken van verplaatsingen belangrijk. Ongeveer 80% van de verplaatsingen is niet langer dan 10 kilometer; dit zijn uitstekende afstanden om autoritten om te zetten in ritten per fiets, e-bike en regionaal openbaar vervoer. Fietssnelwegen zijn een nieuw fenomeen en zijn non-stop, conflictvrije routes van dorpen en voorsteden naar centrale (binnen)steden, werkgebieden en stations. De eerste aangelegde fietsprojecten in Gelderland, Noord-Brabant en Zuid-Holland bewijzen dat fietssnelwegen duurzaam veilige routes zijn, ontvlochten van autoroutes, en bovendien aantrekkelijk qua beleving. Automobilisten stappen substantieel over op het gebruik van een snelle fiets/e-bike en doen zelfs hun (tweede) auto weg.

Duurzaam op lange afstanden
Voor klimaat en reductie van CO2 is het van belang te focussen op lange autoafstanden, van 30 kilometer of meer, en wel tussen steden en regio’s. Minder dan 10% van de verplaatsingen komt overeen met niet minder dan 70% van de reizigerskilometers in Nederland. Een verandering of verschoning van lange afstandsautoritten draagt substantieel bij aan duurzame corridors. Gedacht kan worden aan hubs waar naadloos overgestapt kan worden op frequente intercitytreinen. Het huidige voordeel van Intercity of Eurocity-stations is nu vaak beperkt tot de stad zelf, met lopen, fietsen en bus als voortransport. Het alternatief voor lange afstanden voor de auto wordt vooral bereikt door de ideale combinatie van het autoroute- en treinennet. De visie op een dergelijk integraal systeem, hoe dat er uit ziet en wat de effecten zijn, krijgt vorm in een aantal studies en projecten die momenteel lopen in onder meer Oost-Nederland.

Verschonen van het wagenpark alleen is niet voldoende. Door de groei van steden en de mobiliteit zal het ruimtegebruik door individuele auto’s voor korte en lange afstand alleen maar afnemen. Een slim en kwalitatief hoogwaardig (intensief) ruimtegebruik in combinatie met een aantrekkelijke openbare ruimte vormen de basis voor de duurzame stad, nu en in de toekomst.

Samenwerking tussen disciplines
Duurzaamheid met slimme mobiliteitsoplossingen voor stad én platteland past in een veranderend post-fossiel tijdperk. Voorwaarde is samenwerking tussen disciplines (mobiliteit, ruimtelijke ordening, energie, infrastructuur) en samenwerking tussen overheid en markt.