Verbeterd loopstromenmodel helpt gemeenten bij keuzes in de openbare ruimte Digitale regie op de openbare ruimte: Goudappel in het DRO-consortium
Gemeenten streven naar gezonde, duurzame en prettige steden. Daarbij speelt ruimte voor voetgangers een belangrijke rol. Toch was het tot nu toe lastig om goed in kaart te brengen waar mensen lopen en wat er verandert als een gebied wordt aangepast. Binnen het DRO-consortium (Digitale Regie op de Openbare Ruimte) werkten de TU Delft en AMS Institute samen aan aanbevelingen voor het vernieuwen van het door Goudappel ontwikkelde landelijke loopstromenmodel. We hebben onderzocht hoe we het model beter bruikbaar kunnen maken voor beleidsmakers. Niet alleen als kaart, maar als hulpmiddel voor het maken van keuzes.
Van mooie kaart naar praktische toepassing
Het Nederlands loopstromenmodel brengt in beeld hoe voetgangers zich over een bepaald gebied verspreiden, waar de hoofdstromen lopen, hoeveel voetgangers dagelijks een wegvak gebruiken en waarom voetgangers ergens lopen. Dat gebeurt met een rekenmodel dat gebruikmaakt van landelijke reisgegevens uit het Nederlands Verplaatsingspanel (NVP), een unieke databron die Goudappel mede heeft ontwikkeld.
Het loopstromenmodel levert goede kaarten op van de huidige situatie. Maar in de praktijk hebben gemeenten vragen, als:
- Wat gebeurt er met loopstromen als we een gebied herinrichten?
- Wat verandert er als we woningen, winkels of voorzieningen toevoegen?
- Waar ontstaan knelpunten als het drukker wordt?
- Hoe onderbouwen we keuzes over stoepbreedte en ruimteverdeling?
Om deze vragen beter te kunnen beantwoorden hebben we het volgende als ‘Proof of Concept’ toegevoegd aan het loopstromenmodel:
Duidelijke loopstromen tussen stations en grote bestemmingen
Niet alle loopbewegingen zijn evenredig verspreid over een voetgangersnetwerk. Tussen stations en grote bestemmingen, zoals universiteiten, ziekenhuizen, musea en stadions, lopen vaak duidelijke hoofdstromen. In deze studie hebben we deze stromen apart berekend. Deze manier van werken zorgt ervoor dat belangrijke looproutes duidelijker zichtbaar worden. Daarmee worden ook de effecten op corresponderende loopstromen beter zichtbaar indien het stationsgebied wordt heringericht of als nieuwe voorzieningen worden toegevoegd in het gebied. Voor de rest van het netwerk, waarbij er geen sprake is van duidelijke begin- en eindpunten, blijft het bestaande rekenmodel actief. Zo blijft het model overzichtelijk en toepasbaar in heel Nederland.
Slimmere schattingen voor drukke gebieden
Het model maakt gebruik van landelijke reisgegevens. Toch zijn er altijd verschillen tussen wat het model berekent en wat in werkelijkheid wordt gemeten. Om het Nederlands loopstromenmodel te verbeteren, hebben we onderzocht waar de modeluitkomsten afwijken van de werkelijkheid. Vervolgens is gekeken welke straatkenmerken daarbij een rol spelen, zoals de drukte van een straat of de ligging aan het water. Op basis daarvan zijn de berekeningen per straat of pad bijgesteld. Daardoor sluit het model beter aan op gemeten loopstromen, vooral in drukke gebieden. Dit geeft gemeenten meer houvast bij het doorrekenen van plannen voor gebiedsontwikkeling.
Van loopstromen naar concrete keuzes
Alleen inzicht in het aantal voetgangers is niet genoeg. Voor beleid en ontwerp is vooral belangrijk of de beschikbare ruimte past bij de drukte op straat. Daarom koppelen we loopstromen aan de vrije doorloopruimte: hoeveel ruimte hebben voetgangers daadwerkelijk om comfortabel door te lopen? Zo wordt snel zichtbaar waar knelpunten ontstaan en waar extra aandacht nodig is voor de verdeling van ruimte tussen voetgangers, fietsers en auto’s.
Lees meer over waar Goudappel aan werkt binnen het DRO-consortium
Wat betekent dit voor uw gemeente?
De resultaten van dit onderzoek hebben we geïmplementeerd in ons Nederlands Loopstromenmodel. De verbeteringen zorgen voor uitkomsten die beter aansluiten bij de praktijk en beter toepasbaar zijn in beleidsvraagstukken. Onze aanbeveling aan gemeenten is dan ook om te investeren in het inbedden van deze verbeteringen in werkprocessen voor GIS of digital twin-platforms, zodat modeluitkomsten direct bruikbaar zijn in beleid dat betrekking heeft op voetgangers.