Zwolle

Veel gemeenten hebben de wens om de leefbaarheid en vitaliteit van bestaande wijken te verbeteren. Zo ook Zwolle. Binnen het DMI-ecosysteem onderzochten we samen of deelmobiliteit als middel kan bijdragen aan oplossingen, bijvoorbeeld door de bereikbaarheid te verbeteren en de druk op openbare ruimte en parkeren te verlagen. Belangrijke hulpmiddelen hierbij: een systeem-dynamisch model waarmee we in kaart brengen welke aspecten de potentie van deelmobiliteit beïnvloeden en onze Hub Locator, waarmee we kansrijke hublocaties in beeld brachten.

DMI-ecosysteem: samenwerking tussen overheden en bedrijfsleven

Het Dutch Metropolitan Innovations (DMI)-ecosysteem richt zich op slimme, duurzame verstedelijking en mobiliteitsvernieuwing. Het is een samenwerking van bedrijfsleven, kennisinstituten, G40- en G4-gemeenten, provincies en de ministeries van IenW en BZK. DMI is mede mogelijk gemaakt door het Nationaal Groeifonds. Goudappel neemt deel met de use case ‘Deelmobiliteit’. 

De wijk Assendorp als testcase

Om de mogelijkheden te verkennen, koos Zwolle de wijk Assendorp als testcase. Bij de bouw van deze levendige wijk, tussen 1900 en 1930, is nooit rekening gehouden met de hoeveelheid auto’s en parkeerplaatsen die er vandaag de dag nodig zijn. Naast de hoge parkeerdruk, ontbreken er goede fietsparkeervoorzieningen, is er relatief weinig groen, veel steen en geen oppervlaktewater, waardoor de wijk kwetsbaar is voor hittestress en wateroverlast. 

De gemeente wil de wijk graag verkeersveiliger maken, vergroenen, waterafvoer verbeteren en meer ruimte maken voor spelen en ontmoeten. Maar de beschikbare ruimte is schaars. Daarom kijkt Zwolle naar kansrijke ‘ruimtemakers’ zoals het concentreren van auto’s in een mobiliteitshub en het stimuleren van deelmobiliteit als middel om de parkeerdruk te verlagen en ruimte in de straat terug te geven aan verblijfskwaliteit.

Stimuleren van deelmobiliteit

Hoewel inwoners van Zwolle al een aantal jaar deelmobiliteit kunnen gebruiken, ontbrak een gestructureerde aanpak. Om deelmobiliteit een herkenbare plek te geven binnen het Zwolse mobiliteitssysteem, zocht de gemeente naar de meest effectieve beleidsmaatregelen om deelmobiliteit te stimuleren. 

Verschillende beleidsmaatregelen dragen bij aan het gebruik van deelmobiliteit, zoals parkeerregulering en deelmobiliteit die nabij, beschikbaar en betaalbaar is. Maar welke maatregelen daadwerkelijk meest effectief zijn, hangt af van de precieze context. 

Systeem-dynamisch model

Met het systeem-dynamische model dat we voor dit project hebben ontwikkeld, onderzochten we welke aspecten in Assendorp de grootste invloed op de potentie van deelmobiliteit hebben. Dit prognosemodel maakt de vraag naar deelmobiliteit over tijd inzichtelijk op basis van consumentenkeuzes, dienstenaanbieders en overheidsbeleid. Zo worden causale relaties tussen verschillende aspecten van het deelmobiliteitssysteem zichtbaar. 

Met het model analyseerden we in korte tijd een enorme hoeveelheid scenario’s, zoals een scenario met lage parkeernormen of een beschikbaarheidsgarantie om de ontwikkeling te stimuleren. Het model houdt rekening met bevolkings-, omgevings- en beleidskenmerken per buurt, wijk of gemeente. 

Met het model beantwoorden we vragen als:

  • Hoe groot is de vraag naar deelmobiliteit in Zwolle? En wat werkt het best om deze te stimuleren?
  • Welk type deelmobiliteit moeten we aanbieden en in welke omvang?
  • Wat zijn in Zwolle goede locaties voor hubs?
  • Welke andere vormen van mobiliteit vervang je met deelmobiliteit?
  • Wat zijn de maatschappelijke baten van deelmobiliteit? Kunnen we hiermee vervoersarmoede tegengaan?

Uitkomsten 

Het model toonde aan dat deelmobiliteit (specifiek deelauto’s en deelbakfietsen) veel potentie heeft in Zwolle, inclusief de beleidsknoppen met de grootste impact: 

  • Parkeerbeleid is de belangrijkste ‘knop’: met o.a. lagere parkeernormen en oplopende parkeerkosten wordt de auto minder aantrekkelijk (zorgt in 2035 voor 5 procentpunt lagere automodal split t.o.v. beleidsarm scenario).
  • Reisafstand bepaalt het aantrekkelijkste alternatief: bij hogere parkeerkosten verschuiven korte ritten vooral naar fiets, terwijl lange ritten vooral naar het ov verschuiven. Door dwarsverbindingen te leggen tussen (bus)stations of als voor- en natransport, kan deelmobiliteit ook een waardevolle aanvulling zijn op het bestaande ov-systeem.
  • Deelmobiliteit reageert vooral op parkeerprikkels: bij hogere parkeerkosten neemt gebruik van deelmobiliteit toe tot +15%, bij parkeervergunningen kan dit oplopen tot +30%.
  • Parkeren op afstand (extra looptijd): versterkt de modal shift weg van de auto (max ~5% minder autogebruik) én vergroot de vraag naar deelmobiliteit (tot +20%), waarbij korte ritten uiteindelijk relatief vaker via fiets worden opgevangen.
  • (Micro)hubs zijn geen doel op zich maar autogebruik bundelen en de betrouwbaarheid/zichtbaarheid van deelmobiliteit te vergroten, kan overlast verminderen en de overstap praktischer maken.

In 3 stappen inzicht in kansrijke hublocaties

Vanuit beleidsambities onderbouwde keuzes maken voor nieuwe (deel)mobiliteitshubs met data over verplaatsingsgedrag en voorzieningen.

Ontdek hoe de Hub Locator helpt

Oplossing

Hub Locator

Hub Locator

Nu we wisten wat de potentie van deelmobiliteit in Zwolle was, de vraag: welke locaties zijn strategisch het meest geschikt om deze potentie te benutten, d.m.v. deelmobiliteithubs en locaties voor parkeren op afstand? Dat analyseerden we met de Hub Locator. Deze tool combineert data over verplaatsingen en voorzieningen, om vervolgens de meest kansrijke hublocaties aan te wijzen; plekken waar je de overstap naar alternatieven kunt faciliteren en waar maatregelen zoals parkeren op afstand en plaatsen van deelmobiliteit het meeste effect kunnen hebben.

Potentie deelmobiliteit: Zwolle

De potentie van deelmobiliteit in verschillende gebieden in Zwolle

Omschrijving

Kaart Potentie Deelmobiliteit Zwolle

Algemene beschrijving:
Deze afbeelding is een thematische kaart van de gemeente Zwolle. De kaart toont de potentie van deelmobiliteit per gebied. De achtergrond is een grijze topografische kaart met straten en waterwegen, maar de focus ligt op de ingekleurde wijken van de stad. De kleuren geven het geschatte aantal potentiële ritten met deelmobiliteit aan.

Legenda:
Links bovenin staat een legenda met de titel "Aantal potentiële ritten". De schaal is verdeeld in vijf kleurcategorieën, van licht naar donkergroen:

  • Wit: 0 tot 1.000 ritten (laagste potentie)
  • Lichtgroen: 1.000 tot 2.000 ritten
  • Middengroen: 2.000 tot 3.000 ritten
  • Donkergroen: 3.000 tot 4.000 ritten
  • Donkerste groen: 4.000+ ritten (hoogste potentie)

Analyse van de kaart:
De kaart laat een duidelijk patroon zien waarbij de potentie voor deelmobiliteit het hoogst is in en rond het centrum van Zwolle, en afneemt richting de buitenwijken.

  • Hoogste potentie (donkerste groen, 4000+): Eén specifiek gebied, gelegen ten zuidoosten van het geografische centrum van de stad, is ingekleurd met de donkerste kleur groen. Dit duidt op de hoogste potentie (meer dan 4.000 ritten).
  • Hoge potentie (donkergroen, 3000-4000): De wijken direct grenzend aan het centrum, met name ten noorden en westen ervan, en een gebied ten zuiden van het centrum, zijn donkergroen gekleurd.
  • Gemiddelde potentie (lichtgroen en middengroen, 1000-3000): Het centrum zelf en de wijken daaromheen die niet in de hoogste categorieën vallen, tonen een gemiddelde potentie. Ook enkele gebieden verder naar het noorden vallen in deze categorie.
  • Lagere potentie (wit): De grote buitengebieden aan de noord-, oost- en zuidrand van de gemeente zijn overwegend wit gekleurd, wat wijst op de laagste potentie (0 tot 1.000 ritten).

Aan de slag met de inzichten

Met de opgedane inzichten kan Zwolle aan de slag met het opzetten van deelmobiliteitsbeleid en herinrichting van wijken zoals Assendorp. De gemeente is enthousiast over de inzichten die het opdeed tijdens dit traject:

Doorontwikkeling model

Ook voor ons leverde het project interessante inzichten op, waarmee we zowel onze systeem-dynamische modellen als de Hub Locator verder ontwikkelen. Zo sluiten deze nog beter aan bij praktijkinzichten en lokale ambities. 

Opdrachtgever: Gemeente Zwolle
In samenwerking met: Advier, Townmaking, TNO en Esir 
Jaar: 2024 – 2025