Studentenstrijd voor ‘ideale’ modaliteit

16 april 2018

Het enthousiasme was groot tijdens de tweede editie van Battle of the Modes. In de Bossche Verkadefabriek namen vier modaliteitenteams (openbaar vervoer, auto, fiets en voetganger) het op donderdag 29 maart tegen elkaar op. “Wij zijn in Nederland gewend snel de consensus te zoeken,” zei gastheer Bas Govers. “Maar dat gaan we vanmiddag vooral niet doen! We willen weten: waar kan het maximum liggen van de fiets, de auto, de voetganger, het ov? Daar willen we naartoe!” 

Onder aanvoering van Carlo van de Weijer (TU Eindhoven/auto), Marco te Brömmelstroet (UvA, /fiets), Niels van Oort (TU Delft/openbaar vervoer) en Annemieke Molster (Molster Stedenbouw/voetganger) bestookten de teams elkaar met argumenten ten faveure van hun ‘eigen’ modaliteit. Waaruit die teams bestonden? Studenten van onder meer TU Delft, NHTV Breda, Windesheim Zwolle en Flevoland, Universiteit Utrecht, UvA, Hogeschool Rotterdam en Fontys Eindhoven, zo gaf adviseur Daphne van den Hurk aan, voorafgaand aan de Battle.

Na een presentatie van adviseur van Laura Groenendijk, die een aantal dilemma’s aanstipte op het gebied van gedrag, data en innovatie, ging deze editie van Battle of the Modes van start.

Krakkemikkig en asociaal
Carlo van de Weijer trapte af en verdedigde de positie van de auto op prikkelende wijze en gaf aan dat een krakkemikkig (en ‘asociaal’) openbaar vervoer wel een keer eindig zal zijn. “Een auto wordt 20 x smeriger als de chauffeur een sigaret opsteekt. Maar ondertussen wordt de auto steeds goedkoper. We gaan toe naar een tijd waarin je voor 100/150 euro een auto privé kunt leasen. Dat betekent een enorme besparing als je 700.000 studenten een private lease-auto geeft in plaats van een ov-jaarkaart. En dat fileprobleem? Dat gaan we oplossen, zeker als je kunt werken in de auto. De voertuig-verliesuren zullen omlaag gaan. We gaan nog meer van de auto houden dan nu al het geval is,” aldus Van de Weijer. Voor de stelling dat generation y geen auto nodig heeft zei hij dat hiervoor een wetenschappelijke basis ontbreekt. “De auto is budgetneutraal, voor de bus moet er tussen de 20 en 70 cent per kilometer bij. Als we de auto’s netjes verstoppen in de stad en delen dan kost het de overheid niets.”

Uiteraard was dit voldoende stof voor een discussie, waarbij twee andere teams werden uitgedaagd om de stellingen te weerleggen. Niels van Oort (foto onder) poneerde twee stellingen. Gaf de eerste al direct voer voor discussie (‘Grote vervoersstromen kunnen beter met het ov worden afgewikkeld dan met snelle e-bikes’), ook bij de tweede stelling (‘het ov in de binnenstad is meer onderdeel geworden van het probleem dan de oplossing’) zorgde voor een goed debat tussen de teams. “Begin met de vraag: in welke steden willen we wonen, leven en recreëren?” zei Niels van Oort.

‘We were born to move’
Nadat ook over deze stellingen de standpunten waren uitgewisseld door twee andere teams, was het de beurt aan ‘fietsprofessor’ Marco te Brömmelstroet. Aan de hand van de uitspraak ‘we were born to move, not to be transported’ (Charles Montgomery), begon hij zijn pleidooi voor de fiets. “Fietsen en lopen zijn de modaliteiten om je in steden te verplaatsen – en actieradius is het probleem niet.” Zijn stelling ‘investeringen in de fiets zijn rendabeler dan investeringen in het ov’ zorgde voor de nodige discussie, waarbij ook de opkomst van de e-bike werd meegewogen. Ook over de stelling ‘gebieden die zijn ingericht voor een mix van langzame verkeersdeelnemers zijn geschikter dan afgescheiden voetgangersgebieden’ kon door de teams openbaar vervoer en voetganger worden gedebatteerd.

 

,,De fiets wordt de nieuwe auto’’
Voor het eerst werd er tijdens de Battle of the Modes aandacht besteed aan de voetganger. Annemieke Molster van het Arnhemse Molster Stedenbouw, gespecialiseerd in herstructureringsopgaven, mocht samen met haar team de positie van de voetganger verdedigen. Aan de hand van haar presentatie (‘Lopen is… milieuvriendelijk, veilig - voor anderen-, ruimte-efficiënt, goed voor de economie, sociaal, gezond, slim, fijn, goedkoop en soms het snelst’) leidde zij de twee stellingen in: ‘binnen de bebouwde kom moeten voetgangers altijd voorrang hebben’ en met ‘om de omgevingskwaliteit van de openbare ruimte te vergroten is streng fietsparkeerbeleid/handhaving noodzakelijk’ trok zij ten strijde tegen de overheersende positie die de fiets inneemt in binnenstedelijk gebied. Annemieke Molster: “De fiets wordt de nieuwe auto.” Niet alleen de fiets, ook de zelfrijdende auto van de toekomst moest het ontgelden (‘daar word je dik en dom van’). Kortom, prikkelend genoeg om door de teams auto en fiets te laten strijden voor hun mening. 

Merwedekanaalzone
Na de pauze presenteerde adviseur Lucas van der Linde een aantal casussen waarbij de studenten de gelegenheid kregen zo puur mogelijk vanuit hun eigen modaliteit een oplossing aan te dragen voor de casus, waarbij rekening gehouden moest worden met de maatschappelijke thema’s segregatie en klimaat. De centrale vraag was: hoe draagt jouw modaliteit bij aan de gepresenteerde doelstellingen?

Aan de hand van de casus Utrechtse Merwedekanaalzone (waar binnenstedelijk 10.000 woningen worden gerealiseerd die uiteraard een mobiliteitsopgave met zich meenemen) kwam er vanuit het team Fiets het idee om de kwalitatief hoogwaardige fietspaden aan te laten sluiten op de bestaande wijken, station en andere belangrijke functies en vooral de samenwerking te zoeken met de voetganger. Verhuizers en vervoerders werd vooral aangeraden via een soort ‘kick and rush methode’ de wijk aan te doen, dus kort en snel in het gebied te verblijven.

Het team OV opperde om een belangrijke ov-as te verbinden met de A12, een transferium aan te leggen en een verbinding te maken naar het station. “Mensen staan open voor een andere manier van reizen, maar er is geen plaats meer voor auto’s in de wijk. De eerste bewoners zijn daar, omdat zij immers de eersten zijn, vast ontvankelijk voor,” meende het team OV.
Vanuit het team Voetganger werd vooral gepleit voor grote voetgangers- en fietszones, met daar omheen parkeermogelijkheden en aansluiting op een ov-as. “Mensen moeten niet te ver hoeven reizen voor hun voorzieningen en met deelauto’s aan de randen moet toch heel wat te bereiken zijn,” zo vind dit themateam.
Het team Auto zag veel in het implementeren van een deelautosysteem: “Anders wordt het een getto waar mensen zich niet sociaal veilig voelen, zoals de Bijlmer.” Dat deelautosysteem moest aan de volgende voorwaarden voldoen: elektrisch, makkelijk te gebruiken, en esthetisch passen zowel onder- als bovengronds. Het team realiseerde zich dat er geen doorgaande route voor auto’s zou komen en dat het een fietswijk zou worden. “Alle andere modaliteiten zullen er ruim aan bod komen”, aldus het team van Carlo van de Weijer.

Na nog wat discussie over dit onderwerp (‘veel jonge gezinnen verlaten de grote stad’, ‘een hipstergetto is nog erger’, ‘omdat het nieuw is kun je het fundamenteel veranderen’ en ‘je moet het betaalbaar houden en geen scheiding in de samenleving creëren’) werden de casussen van de cityring Tilburg en het ASML-terrein in Helmond/Eindhoven behandeld.

Cityring Tilburg
De binnenstad van Tilburg groeit terwijl veel kwaliteiten van Tilburg aan de rand van de binnenstad of daarbuiten zijn te vinden. De cityring vormt een scheiding tussen de verschillende gebieden. Hoe kan de economische kracht van Tilburg worden gewaarborgd, en de leefbaarheid, aantrekkelijkheid en vitaliteit van het centrum, terwijl Tilburg toch als kernkwaliteit heeft dat de bereikbaarheid per auto zo goed is?

Het team OV pleitte ervoor een mooie, groene stad te maken van Tilburg. “De binnenstad heeft nu weinig groen. Als je het ov aanvult met langzaam verkeer en een eenrichtingsweg aanlegt voor de auto komen we een eind in de goede richting.” Dit team vond dat je met de auto wel naar een P+R terrein kunt gaan, waarna je met de (elektrische) bus naar de binnenstad wordt gebracht en gehaald. “Zo ontstaat er vanzelfsprekend veel groen gelardeerd met fietspaden.”

Het team van de voetgangers pleitte vooral voor “het soepeler doorlopen en een lange groentijd en aantrekkelijk routes voor voetgangers met gebruikmaking van kleinschalig ov.” Daar waar het team auto als enige oplossing zag dat er een Park + Ride komt waarbij ov en auto gecombineerd worden gekoppeld aan bestaande buslijnen. “Uiteraard elektrisch en gratis en frequent. Om de vijf minuten bijvoorbeeld, zoals in Gent ook het geval is,” aldus dit team. “Je krijgt immers ook dynamiek door autoverkeer, de cityring blijft immers wel in de eerste plaats een verbindingsring.”

‘OV voor mensen die niet kunnen fietsen’
Vanuit het team Fiets werd vooral lef gepropageerd. “Durf te kiezen. Vooral de fiets zou een prominente rol moeten krijgen. Dan ontstaat er heel veel ruimte en kun je langs deze weg een mooie route van fietspaden aanleggen, die goed bereikbaar zijn en een verbinding maken met omliggende gebieden waarin de voetganger een minder prominente rol krijgt. Het ov is bedoeld voor mensen die niet kunnen fietsen en die niet zo mobiel zijn.”

Als laatste casus werd de situatie op het ASML-terrein Veldhoven/Eindhoven genomen als vertrekpunt. Het autogebruik op en naar de terreinen van ASML is hoog en de terreinen zijn slecht bereikbaar met het openbaar vervoer. Welke maatregelen kunnen worden genomen om de autocongestie aan te pakken? Hoe kan de overbelasting van de wegen worden tegengegaan en hoe kunnen de hoge parkeerkosten worden verminderd? En – niet onbelangrijk – wat kan er gedaan worden tegen het lawaai en de luchtvervuiling?

Het OV-team van Niels van Oort zag vooral een terrein en bedrijf waar men erg gericht is op de auto. Het team pleitte voor een mobiliteitsbudget om de medewerkers zelf te laten kiezen wat ze ermee doen. “Misschien wordt er dan overgestapt op andere modaliteiten.” Wel was het team ervan overtuigd dat “als je de auto afpakt, de medewerkers weglopen. ASML is zo groot – bundel daarom de woonlocaties. Zet hippere en luxe bussen in, met wifi en koffiebar en breng ze niet in aanraking met suffe ov-faciliteiten.”

‘Effe door de zure appel heen bijten’
Het team Fiets wilde vooral de auto niet langer subsidiëren. “Hopelijk gaan de medewerkers dan met het ov. Laat ze fietsen van het station naar de locatie. Als dat eenmaal gewend is, ga dan over tot het inrichten van faciliteiten meer geschikt voor fietsen en wonen op dezelfde locatie. Natuurlijk, daar gaan jaren overheen, dat realiseren we ons, maar dat betekent ‘effe door de zure appel heen bijten voor automobilisten’.”

Het team Voetganger dacht er vooral aan het gebied rondom de locatie van ASML in te richten als multifunctioneel gebied: “met woningen een nieuwe kern ontwikkelen, daar komt ons voorstel eigenlijk op neer. Zo kun je op loopafstand werken, voor het doen van boodschappen heb je bijna geen auto nodig en je kunt ook denken aan lightrailvoorzieningen. Ook kun je een Park and Walk maken zodat je kunt parkeren en het gebied kunt inlopen.”

Deelfietsen
Last but not least kwam het team Auto aan het woord. “Er gaat een afslag van de A67 direct naar het terrein. De verkeersregelinstallatie zorgt voor congestie. Hef dat op. Zorg er verder voor dat er oplaadpunten genoeg zijn voor elektrische auto’s, bied deelfietsen aan op het terrein zodat je met de fiets naar de verschillende gebouwen kunt gaan. Ook kun je denken aan het introduceren van verschillende werktijden zodat je het aanbod beter spreidt.”Carlo van de Weijer, ervaringsdeskundige, gaf over alle aangedragen alternatieven aan: “Allemaal al geprobeerd. Het is bijzonder complex. Je kunt er niet omheen dat het ASML-terrein bij uitstek een auto-locatie is. ”
De casus ASML vormde een mooie afsluiting van deze Battle of the Modes 2018. Waarbij uiteindelijk het team Voetganger de prijs in de wacht sleepte en de studenten enthousiast hun bemachtigde taart konden delen. Adviseur Bas Govers keek andermaal terug op een succesvolle editie van Battle of the Modes: “In eerste instantie had ik de indruk dat de studenten even moesten inkomen, maar toen ze eenmaal op stoom kwamen hebben we toch kunnen zien dat er soms verrassende inzichten zijn en mooie verbindingen worden gelegd tussen de modaliteiten. Al met al een geslaagd evenement om op terug te kijken.”

Fotografie: Marco de Swart 

Battle of the Modes 2018