Sustainable Urban Mobility Plan (SUMP): alles wat u moet weten

Hoe verschilt een SUMP met een traditioneel mobiliteitsplan? Waarom is een SUMP belangrijk? En welke gemeenten hebben er al een SUMP? Vind het antwoord op deze en andere veelgestelde vragen op deze pagina.

bus, fietser, voetganger

Veelgestelde vragen over SUMP

Wat is een SUMP?

SUMP staat voor Sustainable Urban Mobility Plan en is een mobiliteitsplan dat voldoet aan Europese richtlijnen. Het is een integraal plan voor het duurzaam verbeteren van mobiliteit in een stad of regio, zodat mobiliteit bijdraagt aan de leefbaarheid van het gebied. Volgens de nieuwste Europese richtlijnen komt hierin nog sterker de nadruk te liggen op meetbare doelen, logistiek, inclusie en samenwerking over gemeentegrenzen heen.

Wat levert een SUMP mijn gemeente op?

Door de integrale aanpak, inclusief verplicht monitoren & evalueren, helpt een SUMP om niet alleen een integrale, participatieve en multimodale visie op te stellen (iets dat al goed lukt in de Nederlandse praktijk) maar ook daadwerkelijk te meten of plannen tot verbeteringen leiden. 

Bovendien speelt capacity building een grote rol in de SUMP-aanpak, wat het een instrument maakt dat samenwerking en strategisch (lange termijn) denken stimuleert, waardoor uw gemeente beter voorbereid is op toekomstige vraagstukken.

Hoe draagt een SUMP bij aan klimaatdoelen?

Een SUMP helpt beleidsmakers om mobiliteitsbeleid te verbinden met bredere opgaven, zoals klimaat, energie en leefbaarheid. Denk aan het ontwikkelen van een langetermijnvisie die aansluit bij klimaatdoelen en het vroegtijdig meenemen van de energie- en netwerkinfrastructuur bij de elektrificatie van mobiliteit. Maar ook plannen om voorbereid te zijn op verstoringen door extreem weer of andere crises.

Hoe helpt een SUMP bij inclusieve mobiliteit?

Een SUMP is gericht op duurzame mobiliteit. Dat maakt mobiliteit niet automatisch inclusief. De SUMP-richtlijnen leggen dan ook meer nadruk op inclusie en het voorkomen van vervoersarmoede. Dat betekent dat u als gemeente niet alleen moet kijken naar duurzame mobiliteit, maar ook naar de bereikbaarheid van voorzieningen voor verschillende doelgroepen, zoals mensen met een beperking, ouderen en jongeren, vrouwen, bewoners van rurale gebieden en/of mensen zonder auto. En naar de manier waarop ruimtelijke keuzes over wonen, werken en voorzieningen, de mobiliteitsopties van deze groepen beïnvloeden. Bereikbaarheidsanalyses kunnen hierbij helpen.

Hoe noodzakelijk is een SUMP voor mijn gemeente of regio?

In het voorjaar van 2024 besloot de Europese Unie (incl. alle lidstaten) formeel tot het verplichten van een SUMP voor urban nodes: stedelijke knooppunten waarin meerdere vervoersstromen samenkomen, aan het Europese transportnetwerk voor water, weg en spoor (TEN-T netwerk), vaak met 100.000 inwoners of meer. 

De verplichting geldt vanaf 31 december 2027 voor 431 Europese steden, waarvan 26 Nederlandse steden, waaronder Apeldoorn, Emmen, Haarlem en Venlo. Bekijk hier de volledige lijst van Nederlandse steden die een SUMP nodig hebben.

Wat gebeurt er als ik geen SUMP heb?

Bent u een van de 26 Nederlandse steden die verplicht een SUMP moeten opstellen en voldoet u op 31 december 2027 niet aan die verplichting? Dan is het waarschijnlijk niet meer mogelijk om in aanmerking te komen voor EU-subsidies voor de uitvoering van mobiliteitsgerelateerde projecten.

Om welke subsidie gaat het en hoeveel is hiervan beschikbaar?

Het gaat om CEF-, LIFE- en EFSI-subsidies, te gebruiken voor o.a. de realisatie van nieuwe infrastructuur, mobiliteits- of energiehubs. De EU werkt aan het versimpelen van toegang tot Europese financieringsinstrumenten. Belangrijk: deze kans op subsidie geldt alleen voor steden aan het TEN-T netwerk en nationale overheden zijn beslissend in de toedeling van subsidie, niet de EU zelf. Om zeker te weten of uw gemeente of project in aanmerking komt, kunnen we u in contact brengen met experts op dit gebied.

Hoeveel gemeenten maken er al gebruik van deze subsidies?

De volgende projecten zijn mede mogelijk gemaakt door Europese subsidies: de Smart Mobility Hub in Amsterdam, de elektrificatie van Airside Schiphol en de inzet van zero-emissie bussen in Amsterdam

In vergelijking met andere Europese landen maakt Nederland weinig gebruik van Europese subsidies voor mobiliteitsprojecten. Door urban nodes toe te voegen aan het TEN-T-netwerk, zou de kans op subsidie voor meer steden groter moeten worden. Belangrijk detail: nationale overheden zijn hierin beslissend en krijgen een belangrijke rol via nationale SUMP-programma’s en contactpunten.

Mijn stad of dorp ligt niet aan het TEN-T netwerk, is een SUMP voor mij wel relevant?

Geldt voor uw gemeente of regio officieel geen verplichting? Dan nog is een SUMP enorm relevant. Het leefbaar houden van de leefomgeving is immers in iedere regio een uitdaging, nu we te maken hebben met klimaatopgaven, bevolkingsgroei en groeiende aandacht voor brede welvaartsverschillen

Een SUMP helpt om deze aandachtspunten aan te pakken in één overkoepelend mobiliteitsplan. Het kan ook nuttig zijn om te onderzoeken of u samen met buurtgemeenten een SUMP kunt opstellen, aangezien deze uitgaat van functional urban areas of functional urban cities.

Hoe verschilt een SUMP van een traditioneel mobiliteitsplan of mobiliteitsprogramma?

Net als veel traditionele mobiliteitsplannen bevat een SUMP duidelijke doelen, is het plan multimodaal en combineert het een lange termijnvisie met een korte-termijn uitvoeringsplan.

Er zijn ook verschillen. De belangrijkste: 

  • Waar een traditioneel mobiliteitsplan uitgaat van gemeentegrenzen, richt een SUMP zich op een functional urban area (FUA) of functional urban city (FUC) (functioneel stedelijk gebied): het gebied waarin de dagelijkse stroom van mensen en goederen zich bevindt, op het Europese transportnetwerk voor water, weg en spoor (TEN-T netwerk). 

    Een voorbeeld: waar een traditioneel mobiliteitsplan voor een stad als Amersfoort uitgaat van verplaatsingen binnen de gemeentegrenzen, kan een SUMP ook gaan over verplaatsingen van en naar omliggende gemeentes, in dit geval bijvoorbeeld Leusden, Nijkerk en Soest. Mede daarom wordt aangeraden om voor het opstellen van een SUMP samen op trekken met omliggende gemeentes en een regio-analyse uit te voeren om te bepalen wat het daadwerkelijke gebied van dagelijkse verplaatsingen is.
     
  • Voor een SUMP moet afstemming plaatsvinden op de verschillende bestuurlijke niveaus en met voortdurende participatie van alle belanghebbenden (andere overheden, inwoners, bedrijven en belangengroepen). Onder participatie wordt hier verstaan: niet alleen informeren, ook actief betrekken, tijdens de hele SUMP-cyclus.
     
  • In een SUMP moet vanaf het begin integraal aandacht zijn voor logistiek. In analyse, scenario's, maatregelen en monitoring, zowel binnenstedelijk als op langere afstanden. Denk aan maatregelen als logistieke hubs en multimodale vrachtinfrastructuur. Daarbij is het belangrijk om ook logistieke dienstverleners en andere private partijen vroeg te betrekken, vanwege hun kennis en data.
     
  • In steeds meer mobiliteitsplannen speelt monitoring & evaluatie een belangrijke rol. In een SUMP is het zelfs een verplichte stap. Er moet regelmatig beoordeeld worden of er vooruitgang wordt geboekt op vooraf bepaalde indicatoren. De EU schrijft hiervoor een verplichte set met indicatoren voor: Urban Mobility Indicators.
Hoe verschilt een SUMP van een regionaal mobiliteitsprogramma?

Net als een regionaal mobiliteitsplan (RMP) of het eerdere Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan (GVVP), richt een SUMP zich op het stimuleren van duurzame mobiliteit. Er zijn ook verschillen: de doelen in een SUMP zijn vaak concreter dan die in een RMP, omdat RMP’s over een grotere regio gaan en SUMP over een specifiek gebied in en rondom een stedelijk knooppunt. En niet iedere RMP bevat een monitorings- en evaluatieplan, terwijl dit in een SUMP verplicht is.

Hoe werkt het opstellen van een SUMP?

Het opstellen van een SUMP gebeurt in 4 hoofdstappen, met daaronder 12 sub stappen:

  1. Huidige situatie analyseren: start met het bepalen van de grenzen van een urban node en functional urban area, met data over herkomsten en bestemmingen  voor verschillende modaliteiten (auto, ov en fiets). Dat helpt om uitdagingen en kansen binnen dit gebied te analyseren.
  2. Visievorming: stel ambities, doelen en indicatoren vast. Wat wilt u bereiken met de SUMP? Hoe maakt u deze doelen meetbaar? En hoe verhoudt dit zich tot het huidige verkeerssysteem en toekomstige ontwikkelingen?
  3. Uitvoeringsprogramma samenstellen: maatregelen kiezen die bijdragen aan het behalen van de gedefinieerde doelen, inclusief realistische inschatting van kosten, planning en uitvoeringscapaciteit.
  4. Implementatie en monitoring: maatregelen doorvoeren en meten welke prestaties zijn behaald, om indien mogelijk bij te sturen.
Kan een SUMP opstellen ook in regionaal verband?

Anders dan veel Europese landen, die bestaan uit landelijk gebied met enkele grote steden, kent Nederland een hoge bevolkingsdichtheid en veel geclusterde, kleine kernen. Dagelijkse verkeersstromen lopen door gemeenten heen. Aangezien de SUMP-richtlijnen uitgaan van functional urban areas (of cities), kan het interessant zijn om een SUMP in regionaal verband op te stellen (ook wel Poly-SUMP genoemd). Hierin beslaat de SUMP een stedelijike agglomeratie van meerdere kernen. Het initiatief hiervoor kan ook vanuit een regio of provincie komen. Er zijn ook grensregio's die nadenken over grensoverschrijdende SUMP's. 

De nieuwste Europese SUMP-richtlijnen lijken deze regionale benadering verder te versterken. Hierin ligt niet alleen de nadruk op samenwerking binnen een functional city maar ook op duidelijke afspraken over governance. Denk aan vragen als: wie betaalt, wie profiteert en wie levert data? Hoe ziet het participatieproces eruit en wie voert dit uit: de regio of de gemeente? En wie stelt de SUMP vast?

Kan ik mijn bestaande mobiliteitsplan/programma aanvullen om te voldoen aan de SUMP-verplichting?

Dat hangt af van de status en inhoud van het bestaande mobiliteitsplan/programma, omgevingsvisie en andere beleidsdocumenten. Het start met toetsen in welke mate de SUMP-cyclus is doorlopen en of alle onderdelen terugkomen in het plan. Daar waar gaten vallen is het zaak om deze waar mogelijk aan te vullen. Zaken zoals monitoring en evaluatie zijn eenvoudiger toe te voegen dan een strategieontwikkeling of visievorming. Goudappel kan helpen met zowel een toets aan de SUMP-richtlijnen als het aanvullen van ontbrekende zaken, zoals participatie en een uitwerking van de functional urban area.

Wat is een functional urban area of functional city?

Een SUMP richt zich op een functional urban area (FUA) of functional city (FC) (functioneel stedelijk gebied): het gebied waarin de dagelijkse stroom van mensen en goederen zich bevindt. Hiervoor gaat men uit van de ‘commuting zone’: alle omliggende woon-werkgebieden waar minstens 15% van de werkzame bewoners werkt. 

Een voorbeeld: waar een traditioneel mobiliteitsplan voor een stad als Amersfoort, uitgaat van verplaatsingen binnen de gemeentegrenzen, kan een SUMP ook gaan over verplaatsingen van en naar omliggende gemeentes, in dit geval bijvoorbeeld Leusden, Nijkerk en Soest. Mede daarom wordt aangeraden om voor het opstellen van een SUMP samen op te trekken met omliggende gemeentes en een regio-analyse uit te voeren om te bepalen in welk gebied de dagelijkse verplaatsingen plaatsvinden.

Wat zijn Urban Mobility Indicators (UMI’s)?

Monitoring & evaluatie is een vast onderdeel van het SUMP-proces. De eerste rapportage van de voortgang van SUMP’s door lidstaten moet gebeuren op 31 december 2027 en daarna iedere vier jaar. Dat moet gebeuren met Urban Mobility Indicators (UMI’s): een vaste lijst indicatoren rond duurzaamheid, veiligheid en toegankelijkheid. 

Daarnaast is het de bedoeling dat steden zelf aanvullende indicatoren kiezen die passen bij hun eigen doelen. Bijvoorbeeld rondom bereikbaarheid, betaalbaarheid, logistiek en sociale inclusie. Ook moeten hierbij afspraken gemaakt worden over datagovernance: eigenaarschap, toegang, deling en vertrouwelijkheid van data.

Is de lijst met Urban Mobility Indicators al definitief?

Ja. De Europese Commissie heeft de Urban Mobility Indicators in juli 2026 vastgesteld.

Welke gemeenten hebben al een SUMP?

Verschillende Nederlandse gemeenten beschikken inmiddels over een SUMP. Goudappel heeft bij een groot deel hiervan geholpen: Alkmaar, Arnhem, Dordrecht, Leeuwarden en Utrecht. Ook buiten Nederland worden er veel SUMP’s opgesteld, zoals in Duitsland, Servië en Turkije (o.a. in Düzce en Denizli).

Staat uw vraag er niet tussen?

Neem contact op met Floris, we vertellen u graag meer over SUMP.