Urban mobility indicators: zo werkt monitoring & evaluatie in SUMP's
Een Sustainable Urban Mobility Plan (SUMP) is een integraal plan gericht op het duurzaam verbeteren van mobiliteit en leefbaarheid in een regio, in lijn met Europese richtlijnen. Vanaf 31 december 2027 zijn 431 steden, waaronder 26 in Nederland, verplicht om te beschikken over een SUMP. Ook wordt monitoring en evaluatie een steeds belangrijk onderdeel van het SUMP-proces, met Urban Mobility Indicators (UMI’s) als belangrijke basis. Wat zijn UMI’s precies? En wat betekent dit voor u als beleidsmaker?
Doelen meetbaar maken
Een belangrijk verschil tussen een SUMP en een traditioneel mobiliteitsplan, is dat monitoring en evaluatie in SUMP’s een vast onderdeel is. Monitoring begint niet pas na de uitvoering van maatregelen. Het meten van voortgang komt dan ook in meerdere stappen van het SUMP-proces terug:
- Na de eerste stap - het in kaart brengen van uitdagingen en kansen op basis van beleid, gesprekken met stakeholders en data - volgt de tweede stap: het formuleren van ambities en doelen. Hierin stelt u als gemeente of regio vast wat u wilt bereiken met een SUMP, bijvoorbeeld ‘een duurzame en veilige regio’ en welke doelen daarbij horen, zoals ‘het stimuleren van fietsen’. Het is van belang om doelen te formuleren die meetbaar zijn.
- Na stap 3, het uitwerken van het uitvoeringsprogramma, stelt u in stap 4 een monitoring- en evaluatieplan op. Hierin stelt u vast:
- Met welke indicatoren gaat u uw voortgang meten?
- Welke data zijn daarvoor nodig?
- Hoe vaak gaat u deze monitoren?
Deze methodiek helpt u als beleidsmaker om te bepalen of de gestelde doelen uit uw duurzame mobiliteitsplan gehaald worden en beleid bij te sturen met aanvullende maatregelen. Bovendien draagt transparantie over gestelde doelen en hoe deze te meten, bij aan draagvlak onder bewoners en andere belanghebbenden.
In 4 stappen een 'Sustainable Urban Mobility Plan' (SUMP)
In vier stappen een integraal mobiliteitsplan opstellen en implementeren dat bijdraagt aan het duurzaam verbeteren van mobiliteit en leefbaarheid.
Bekijk de 4 stappen
Urban mobility indicators: Europese basis én lokaal netwerk
Het monitoren van een SUMP is meer dan nice to have. De Europese Unie verplicht lidstaten om hun voortgang te rapporteren, zodat zichtbaar wordt of maatregelen daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de gestelde doelen.
Daarvoor het de EU in juli 2026 een vaste set indicatoren vastgesteld: urban mobility indicators (UMI's). Deze richten zich op drie hoofdthema's: duurzaamheid, verkeersveiligheid en toegankelijkheid. Op 31 december 2027 moeten de UMI's voor het eerst gerapporteerd worden, en daarna iedere vier jaar. De rapportage moet per urban node (de stedelijk knooppunten waar meerdere vervoersstromen samenkomen).
Vastgestelde UMI's
Naast algemene kenmerken zoals het aantal inwoners, oppervlakte van het gebied en het totaal aantal haltes en opstappunten, is dit de definitieve lijst:
- Duurzaamheid:
- Aantal verplaatsingen per dag, per vervoerswijze (lopen, fietsen, auto, ov en overig)
- Aantal geregistreerde personenauto’s, uitgesplitst naar aandrijf- of brandstoftype
- Verkeersveiligheid:
- Aantal verkeersongevallen per jaar per leeftijdscategorie, geslacht en vervoerswijze
- Aantal ernstig gewonden per jaar per leeftijdscategorie, geslacht en vervoerswijze
- Aantal verkeersdoden per leeftijdscategorie, geslacht en vervoerswijze
- Toegankelijkheid:
- Aantal haltes en opstappunten met een hoge frequentie (per lijn per uur > 4 ritten) tijdens de spits
- Aantal treinstations
- Aantal treinstations dat als toegankelijk is geregistreerd (door bijv. een lift en toegankelijke informatieborden en perrons)
- Aanwezigheid van beveiligde fietsparkeerfaciliteiten bij stations
Aanvullende indicatoren
De Europese UMI’s maken voortgang op hoofdlijnen vergelijkbaar. Gemeenten en regio’s kunnen daarnaast eigen indicatoren gebruiken die aansluiten bij de doelen van hun SUMP. Denk aan indicatoren voor CO₂-uitstoot, luchtkwaliteit, geluidshinder, betaalbaarheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen en congestie. Goudappel kan hierover adviseren.
Aan de slag met monitoring en evaluatie in SUMP's: 4 tips
Of u nu te maken krijgt met monitoring en evaluatie tijdens het opstellen van een nieuwe SUMP of uw bestaande mobiliteitsplan SUMP-proof wilt maken, een doordachte aanpak kiezen is belangrijk voor succes. Onze tips:
- Neem tijd voor de uitwerking
Het is verleidelijk om direct aan de slag te gaan met dataverzameling - er is namelijk heel veel data beschikbaar. Maar om de voortgang van een plan goed in beeld te kunnen brengen, is het belangrijk eerst goed na te denken over welke indicatoren echt iets zeggen over de voortgang van uw plan. Neem daarom de tijd voor stap 2 uit de SUMP-methodiek. Welke doelen wilt u bereiken met uw mobiliteitsplan? En hoe kunnen we die meetbaar maken? De hierboven genoemde indicatoren dienen hierbij als richtlijn.
- Haak aan op bestaande monitoring
De voortgang op sommige SUMP-thema’s wordt al in beeld gebracht. Zo zijn gemeentes sinds 2026 verplicht om geluidsemissies inzichtelijk te maken met een Basiskaart Geluidsemissie en zijn er afspraken tussen Rijk, provincies en gemeenten over het in beeld brengen van de luchtkwaliteit. Om te voorkomen dat data dubbel moeten worden gerapporteerd, is het verstandig om de bestaande monitoring in beeld te brengen en te integreren in het monitoring- en evaluatieplan van een SUMP.
- Kies voor een mix van databronnen
Er zijn allerlei databronnen beschikbaar die meten wat er op straat gebeurt. Maar om goed te begrijpen wat er in uw gemeente speelt en hoe inwoners reageren op maatregelen, is het ook van belang inwoners zelf te bevragen. Zo raadt de EU aan naast gemeten data en modeldata ook gebruik te maken van enquêtes over verplaatsingsgedrag. Zo ontstaat een completer beeld van de mobiliteit in uw gemeente.
- Maak duidelijke afspraken over data
Sommige databronnen zijn alleen beschikbaar zijn via andere partijen, zoals vervoerders of logistieke dienstverleners. Monitoring betekent dus niet alleen goede indicatoren kiezen, maar ook duidelijke afspraken maken over eigenaarschap, beschikbaarheid en vertrouwelijkheid.
Hoe Goudappel helpt
Bij Goudappel adviseren we u graag over wat er nodig is voor het succesvol monitoren en evalueren van SUMP’s. We blijven continue op de hoogte van nieuwe Europese richtlijnen en besluiten. Ook hebben we ervaring met datagedreven mobiliteitsbeleid en beschikken we over zelfontwikkelde databronnen en modellen waarmee we voortgang op verschillende indicatoren kunnen meten, zoals:
- Mobiliteitsspectrum: databron voor landelijk of regio-specifiek inzicht in mobiliteit
- Nederlands Verplaatsingspanel: databron waarin dagelijks de verplaatsingen en reismotieven van ruim 10.000 Nederlanders worden vastgelegd
- Nederlands Loopstromenmodel: uniek model waarmee we de hoeveelheid voetgangers, hun routes en reismotieven in beeld brengen
- OmniTRANS Emissions: analyse instrument voor inzicht in de uitstoot van koolstofdioxide (CO₂), fijnstof (PM10) en stikstof (NOx) door gemotoriseerd verkeer
Bovendien kunnen we deze en andere data voor u toegankelijk maken met dashboards. Door data te visualiseren, worden resultaten makkelijker inzichtelijk en wordt het eenvoudiger deze te delen met anderen.