Gemeente is aan zet bij balanceren rond thema emissieloze voertuigen

16 oktober 2017

In het vorige week door het kabinet gepresenteerde Regeerakkoord valt onder meer te lezen dat vanaf 2030 uitsluitend nog emissieloze (elektrische) voertuigen verkocht mogen worden. De laadinfrastructuur (voor e-voertuigen) moet daar klaar voor zijn. Lokale overheden zijn hiervoor verantwoordelijk terwijl de exploitatie en het beheer/onderhoud door marktpartijen wordt verzorgd. Hoe kun je hier nu, als lokale overheid handen en voeten aan geven?
 
Aukje van de Reijt en Niels Voogt hebben zich toegelegd op de invulling van deze vraag. Zo hebben zij onder andere kencijfers ontwikkeld voor het gewenste aantal laadpunten in Nederland. "Wat vooral belangrijk is, is het tijdig realiseren van voldoende - maar niet te veel - laadpunten op de juiste plek. We weten niet precies wat de technische ontwikkeling zal zijn van de wijze van laden en we moeten er - tegelijkertijd - voor zorgen dat we onze realiteitszin niet kwijtraken door overal maar laadpunten aan te gaan leggen. We moeten immers ook rekening houden met conventionele auto's als het gaat om parkeren - het gaat om het creëren van de juiste balans. Het aanleggen van laadpunten terwijl deze niet benut worden brengt een imago-nadeel met zich mee. Het schaadt namelijk het imago van de e-voertuigen als de laadpunten vaak leeg staan, terwijl een te hoge parkeerdruk is op de overige parkeerplaatsen," aldus Van de Reijt en Voogt. 
 
Onderstaand is een samenvatting van de presentatie die Niels Voogt gaf tijdens het EPA-congres (European Parking Association) dat onlangs plaatsvond in Rotterdam. 
 
Be in charge | Making policy for E-charging infrastructure
 
In Nederland rijden meer dan 100.000 elektrische auto's. Dit aantal gaat de komende jaren exponentieel toenemen waarbij de vraag naar laadpunten zelf harder gaat groeien dan het aantal auto's. Door deze toename hebben overheden behoefte aan grip op het aantal parkeerplaatsen met en zonder laadinfrastructuur. Voorkomen moet worden dat de groei van het aantal parkeerplaatsen met een laadpunt ten koste gaat van de werkelijk beschikbare parkeercapaciteit in de binnensteden waar de beschikbare ruimte als gevolg van de verdichtingsopgave sowieso al onder druk staat. Hiervoor is het hebben van de juiste handvatten in de vorm van kencijfers van cruciaal belang.
 
Voldoende, goed bereikbare laadinfrastructuur is essentieel De plaatsing van het huidige aantal publieke laadpunten loopt niet parallel aan de groei van het aantal elektrische auto’s. Het overgrote deel van de elektrische rijders is aangewezen op het laden van hun voertuig in de publieke ruimte. Het faciliteren van voldoende, en goed bereikbare laadinfrastructuur, is daarom essentieel om te kunnen inspelen op de groei van elektrisch vervoer. In Nederland is het zo geregeld dat de gemeente verantwoordelijk is voor die openbare ruimte.
 
Gemeenten spelen met kencijfers in op snelle groei elektrisch vervoer Toekomstbestendige gemeenten beschikken over een goede laadinfrastructuur die past bij een duidelijke visie op mobiliteit. Elke locatie is anders en er zijn andere behoeften, dus maatwerk is vereist. Maar voor maatwerk is wel een richtlijn nodig die gebruikt kan worden als vertrekpunt. Kencijfers geven gemeenten een richtlijn ten aanzien van het aantal te plaatsen laadpunten voor stekkerauto’s. Ze bieden een waardevol handvat om kaders te scheppen en beleid te ontwikkelen. Gemeenten en marktpartijen geven hiermee een impuls aan de uitrol van laadpunten waarbij een goede balans ontstaat tussen parkeerplaatsen voor zowel elektrische als niet-elektrische voertuigen.
 
Overheid, markt en kennisninstellingen werken samen (
Onder begeleiding van de Stichting Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL) werkten markt, overheid en kennisinstellingen samen aan de ontwikkeling van kencijfers voor publieke laadinfrastructuur. Zij helpen gemeenten laadinfrastructuur in de openbare ruimte proactief en efficiënt in te zetten. Op basis van kennis uit de markt en wetenschappelijke analyses op laadgedrag zijn kencijfers voor publieke laadinfrastructuur ontwikkeld.
 
Van data naar informatie naar kencijfers
De projectgroep beschikt over data over de periode 2014 t/m 2016. De data bevat gegevens over de groei en het gebruik van alle openbare laadpunten in een grote verscheidenheid aan steden in Nederland. We beschikken over o.a. de gegevens van Amsterdam, Den Haag en de provincie Gelderland. Bij het analyseren van de data is het gebruik van de laadpunten (laadmoment, laadtijd, aansluitingstijd) door de tijd inzichtelijk gemaakt voor verschillende type wijken en steden. Zo wordt inzichtelijk gemaakt of, en in welke mate, de vraag naar elektrische laadpunten per wijk en geografische locatie (Randstad versus ruraal gebied) verschilt. De relatie wordt gelegd met:
- aanwezigheid type functies: wonen, werken, retail;
- verzorgingsgebied functie: hoe groter het verzorgingsgebied, hoe langer de rij-afstand, hoe groter de noodzaak tot laden;
- doelgroep functie: aan de doelgroep zit het bezit van een elektrische auto gekoppeld, in de transitie naar elektrische rijden is dit het element dat de komende jaren zal veranderen;
 
Richtlijnen voor passend beleid 
De geanalyseerde data is gekoppeld aan het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen in het betreffende onderzoeksgebied. Op deze wijze is inzichtelijk wat het aandeel parkeerplaatsen voor het laden van elektrische auto’s van het totaal aantal parkeerplaatsen is. Deze informatie koppelen we aan bestaande parkeerkencijfers die door vrijwel alle gemeenten in Nederland de basis vormen voor hun parkeerbeleid. Dit alles leidt tot een richtlijn (bandbreedte) voor het plaatsen van het juiste aantal laadpunten per type plaats en wijk met een doorkijk naar de komende jaren. Zo blijven we ‘in charge’.

You're in charge

Belangrijk uitgangspunt bij het toepassen van de kencijfers en de daadwerkelijke uitrol van de infrastructuur voor laadpalen is dat je als gemeente naar de juiste balans moet zoeken tussen maatschappelijk belang, het belang van de exploitanten van laadpunten en het belang van de parkeerder. Bij de opgave voor het realiseren van een dekkende infrastructuur voor elektrische laadpalen wordt vaak met een financiële bril gekeken, met name door exploitanten. Door op deze manier naar de opgave voor het creëren van een robuust en toekomstbestendig netwerk te kijken is echter wel risicovol: je creëert een balans die weliswaar een optimale exploitatie oplevert maar die weinig rekening houdt met de maatschappelijk opgave voor het creëren van een schonere leefomgeving. En dit laatste is een thema wat steeds hoger op de (politieke en maatschappelijk) agenda staat. Veel steden kampen met smog, fijnstof en een hoge CO2 uitstoot in centra. Het stimuleren van het gebruik van schonere voertuigen zoals elektrische auto’s is daarbij van belang. Door goed na te denken over waar je deze auto’s het liefst opvangt (aan de rand van de stad of op de beste plekken?), kun je twee vliegen in één klap slaan. Benut als overheid de kans door in de transitie fase naar volledig emissie loos rijden de schone rijder te belonen door op de meest gewilde parkeerplaatsen de elektrische rijder voorrang te geven. Wees daarnaast als gemeente voorbereid op de groeiende vraag naar elektrische laadpunten door vooraf een plan te maken (waar komen hoeveel laadpunten), door mantelbuizen aan te leggen als de straat toch open ligt, door afspraken te maken met energieleveranciers om de extra vraag naar energie aan te kunnen en door goed te communiceren richting E-rijders, bewoners en politiek. Als overheid ben je meer in charge dan je wellicht denkt, dus maak daar gebruik van.

 

Download 'Be in Charge'