Individueel vervoer krijgt voorkeur van reiziger, collectief vervoer voorlopig minder aantrekkelijk 

9 juni 2020

Goudappel Coffeng heeft de impact van Corona op het verkeersbeeld binnen Nederland onderzocht. In dit onderzoek is specifiek gekeken naar de verkeerskundige impact van de invoering van de nieuwe OV-dienstregeling, die begin juni is ingegaan. De uitkomsten schetsen het beeld op korte termijn en vormen aanleiding voor aanvullend onderzoek. De fiets en auto zullen logischerwijs meer worden gebruikt. “Met de beperkingen in het ov laat het autonetwerk een potentieel zwaarder filebeeld zien op alle plaatsen waar voor de coronacrisis ook in de ochtend- en avondspits files stonden,” stelt Rogier Koopal van Goudappel Coffeng, die dit samen onderzocht met Lourentz Hek. 

De basis voor het onderzoek is een verkeersmodel van een grote stedelijke regio. Met dit verkeersmodel is een aantal berekeningen uitgevoerd om de impact van de beperking in het openbaar vervoer zo goed mogelijk in beeld te brengen. Er is onderzocht wat de binnenstedelijke effecten zijn op het verkeer zodra de vervoersvraag van vlak voor de coronacrisis zou terugkeren, terwijl het openbaar vervoer slechts voor maximaal 40% van de belasting van voor de crisis gebruikt kan worden.

Fietsgebruik neemt toe, maar niet per se overal
In de eerste plaats is dan een vervanging van OV naar de fiets het gevolg. Zichtbaar is nu dat de middellange fietsritten, vanaf 2,5 tot 10 kilometer, met bijna 17% het meest zullen toenemen. Krijgen we dan meteen weer fietsfiles? Dat lijkt mee te vallen. Op de locaties rondom de stations en op belangrijke toeleidende wegen is namelijk een blijvend lagere belasting van het fietsnet te verwachten. Dat komt voornamelijk door het wegblijven van OV-reizigers die de fiets eerder gebruikten om van en naar het station te reizen. Op deze locaties is sprake van een afname tussen de 20 en 40%.

"In ons fietsnetwerk vinden we de sterkste toenames op fietsroutes die verschillende kernen met elkaar verbinden en de toeleidende wegen tot de winkel- en kantoorlocaties in de binnensteden. In deze laatste gebieden zagen we echter eerder een initiële afname door de daling van het voor- en natransport zodat er ook ruimte ontstaat voor deze fietsverplaatsingen. In de steden wordt het dus wel drukker voor de fiets, maar dit stijgt niet explosief. Wel zullen beleidsmakers moeten kijken of de huidige ruimte voor de fiets voldoende is. De echte winst voor de fietsers zit op de middellange afstanden (groeipercentages tot 30%) waar voor de crisis nog voldoende ruimte voor de fiets was." 

Toename congestie vooral buiten de stad
Met het minder aantrekkelijk worden van collectief vervoer, wint individueel vervoer. Binnen de stad en op de middellange afstand is dat de fiets, op de langere afstanden de auto. Vooral binnen de stad is er in mindere mate vervanging door het autoverkeer. Op de rijkswegen en stedelijke toegangswegen zien we de intensiteiten in de spitsperioden met gemiddeld 10% toenemen. De bestaande knelpunten voor de coronacrisis worden hiermee vergroot, maar alleen als de verkeersvraag van voor de coronacrisis terugkeert.

Vooruitkijken

Rogier Koopal: “Het nu uitgevoerde onderzoek is vooral een denkexercitie. We verwachten zeker op de korte termijn een blijvend lagere verkeersvraag door thuiswerk- en leervormen, en ook de verwachte recessie zal de vraag naar mobiliteit beïnvloeden. Ons onderzoek geeft aan dat het individueel vervoer aan kracht wint. Dat betekent mogelijk ook kansen voor deelmobiliteit en meer gebruik van P+R faciliteiten aan de randen van de stad van waar verder de stad in gefietst kan worden.”