Wie bepaalt hoe een Hub wordt ingericht?

Een aantal partijen (drivers) zijn actief bezig met de opkomst van Hub’s. Elke partij heeft vanuit zijn eigen belang een sturende houding met betrekking tot het functioneren en de inrichting van de Hub. In grote lijnen herkennen we vier mogelijke drivers.

1. Vervoersautoriteiten: gericht op het transformeren van het mobiliteitsnetwerk

OV-bedrijven en vervoersautoriteiten zijn gericht op het verder optimaliseren van het netwerk dat zij in beheer hebben. Met het oog op efficiëntiewinst wordt er gewerkt aan het strekken van OV-lijnen, nieuwe verknoping, nieuwe first-last-mile-oplossingen, etc. Het gaat hier vaak om top-down benaderingen vanuit het perspectief van totale netwerkoptimalisatie. Hub’s kunnen hierin een rol spelen. Voorbeelden van vervoersautoriteiten die actief zijn op dit vlak, zijn het OV-bureau Groningen-Drenthe en de Provincie Noord-Brabant. Zij ontwikkelen beiden een actief Hub-beleid.

2. Ontwikkelaars hoogstedelijke transformatie: gericht op ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit

Veel steden kennen binnenstedelijke projecten met hoge dichtheden. Vaak blijkt dat deze niet kunnen bestaan bij regulier mobiliteitsgedrag. Door de hoge dichtheden zou zoveel autoverkeer ontstaan, dat de stad zou vastlopen. Bovendien zijn de kosten voor parkeergarages hoog. Met ‘Mobility as a Service’ en OV worden alternatieven geboden voor autogebruik, in combinatie met lage autoparkeernormen van 0,4 of lager. Hub’s spelen hierin een rol als ‘docking station’ voor deelvoertuigen (auto, bakfiets, bestelbus, Light Electric Vehicles, enzovoort). Voorbeelden van gebieden waar ontwikkelaars Hub’s op deze manier hebben toegepast zijn de Merwedekanaalzone in Utrecht, de Sluisbuurt in Amsterdam, en het Stadstimmerhuis in Rotterdam.

Mobiliteitshub

3. Vertegenwoordigers van wijkaanpak: gericht op het verbeteren van de verblijfskwaliteit en meer groen in de wijk

In veel Nederlandse wijken zijn bottom-up initiatieven gaande, gericht op het verbeteren van de leefbaarheid in de wijk. Vaak gaat het om het toevoegen van groen in plaats van het faciliteren van de tweede en derde auto. Hub’s dienen in deze gebieden als ‘docking station’ voor deelvoertuigen, zonder dat dit gekoppeld is aan top-down ruimtelijke ontwikkeling. Voorbeelden hiervan zijn de Hub’s in de Schoemaker Plantage in Delft of de Hub in Buiksloterham in Amsterdam-Noord.

4. Logistieke partijen en steden: werken samen aan zero-emission stadslogistiek

Veel steden zijn bezig met zero-emission logistiek, met als doel intelligente en rendabele, duurzame logistiek te realiseren. Hierbij worden goederen vanaf de rand van de stad overgeslagen op een logistieke Hub, waarna de goederen met kleine elektrische voertuigen worden afgeleverd in de binnenstad. Amsterdam ontwikkelt bijvoorbeeld een goederen Hub in Sloterdijk, gericht op de bevoorrading van de stad.

Meer lezen over Hub’s? Bekijk hier het paper dat Goudappel-adviseurs Christiaan Kwantes, Nick Juffermans en Arthur Scheltes hierover schreven.

Benieuwd wat Goudappel voor u kan betekenen?

We gaan graag met u in gesprek over de rol van de Hub in uw mobiliteitsbeleid.

Neem contact op