Deelmobiliteit is hét middel voor minder autobezit in de stad

Eén auto, elektrische scooter of fiets die gebruikt wordt door talloze reizigers: deelmobiliteit belooft minder auto’s in de stad. Daarmee draagt het bij aan CO2-reductie, hét speerpunt van het Klimaatakkoord. Gemeenten die willen inzetten op deelmobiliteit kunnen gebruikmaken van praktische en strategische hulpmiddelen.

Deelmobiliteit

Deelmobiliteit in het kort:

  • Deelmobiliteit is het gedeeld gebruik van auto, scooter en fiets
  • Deelmobiliteit vermindert de parkeerdruk en CO2-uitstoot in de stad
  • Zo zet u deelmobiliteit in als gemeente:
  1. Bepaal voor welke deelmobiliteitsconcepten ruimte is en in welke vorm.
  2. Zet deelmobiliteit in als onderdeel van Mobility as a Service (MaaS).
  3. Introduceer deelmobiliteit in woonwijken als écht alternatief voor de auto.
  4. Pak uw rol als overheid: een deelmobiliteitsbeleid vraagt om sturing en stimulering.
  5. Zet tools en strategieën in, zoals OmniTRANS Horizon, een vernieuwende methode voor het maken van mobiliteitsprognoses.

Deelmobiliteit: van bezit naar gedeeld gebruik

Deelmobiliteit gaat voorbij aan het traditionele bezit van een auto, fiets of elektrische scooter. Reizigers betalen alleen voor het gebruik van het vervoermiddel en het aantal kilometers dat ze maken. Op de bestemming parkeren ze hun transportmiddel en kan de volgende gebruiker op pad.

De vormen van deelmobiliteit: auto, scooter & fiets

De voornaamste deelmobiliteitsconcepten zijn de deelauto (o.a. GreenWheels, Mywheels en Sixt), elektrische deelscooter (o.a. GO Sharing, Check en Felyx) en deelfiets (ov-fiets). Ze staan verspreid door de stad op makkelijk toegankelijke openbare locaties. Dat zijn mobiliteitshubs en vaste parkeerplekken (station-based) of een willekeurige plek waar ze zijn achtergelaten door de vorige gebruiker (free-floating). Een smartphone-app vertelt de gebruiker de exacte oppiklocatie. De app is meteen ook de plek waar de transactie voor de rit plaatsvindt. Naast de commerciële deelmobiliteitsaanbieder die zijn vloot tegen een kilometerprijs aan gebruikers beschikbaar stelt, is er ook het ‘peer-to-peer’ delen: de buurman leent zijn auto uit (o.a. Snappcar).

Het belang van deelmobiliteit voor gemeenten en overheden: minder CO2-uitstoot en minder parkeerdruk

  1. Deelmobiliteit draagt bij aan CO2-reductie
    Deelmobiliteit draagt bij aan de centrale doelstelling uit het Klimaatakkoord: het behalen van 49% CO2-reductie in 2030. Minder auto’s in de stad en meer elektrisch deelvervoer.

     
  2. Deelmobiliteit laat de parkeerdruk dalen
    Gemiddeld gebruikt een autobezitter zijn voertuig ongeveer één uur per dag. De overige 23 uur staat de auto stil en bezet het een parkeerplek. Zeker in de stad nemen die parkeerplekken kostbare openbare ruimte in. Hoe minder parkeerplekken, hoe meer ruimte er is voor bijvoorbeeld groen of bewegen – van skatepark tot voetbalveld. Deelmobiliteit kan sterk bijdragen aan een schonere, leefbare stad.

Beleid maken voor deelmobiliteit en duurzame mobiliteit in 7 stappen:

1. Visie: breng uw doel in kaart

Breng in kaart wat u als stad of regio wilt bereiken met deelmobiliteit. Wilt u de parkeerdruk verlagen of juist de bereikbaarheid verbeteren? Of allebei? En wat zijn de doelen op het gebied van CO2-reductie en leefbaarheid? Goudappel kan helpen die visie te bepalen, waarbij we meedenken vanuit de overtuiging dat deelmobiliteit moet bijdragen aan de vergroting van de brede welvaart. Kortom, mobiliteit moet alle bewoners dienen en in balans zijn met de leefomgeving.

Voorspel het effect van deelmobiliteit

Met de huidige verkeersmodellen is het vooraf kwantificeren van de effecten van deelmobiliteit en mobiliteitshubs lastig. Daarom ontwikkelt Goudappel een complete nieuwe generatie verkeersmodellen. OmniTRANS Horizon is vernieuwend omdat het op termijn:

  • de volledige verplaatsingsketen van individuen kan modelleren
  • persoonlijke voorkeuren kan meenemen
  • de beschikbaarheid van (deel)voertuigen in kaart kan brengen

2. Analyse: stel de mobiliteitsbehoefte van de doelgroep vast

Een analyse van de wensen en behoeften van inwoners kan een goed startpunt zijn. Een gespecialiseerde partner kan u bij die – soms ingewikkelde – analyse helpen. Goudappel gebruikt onder meer CBS-microdata, waarmee het inzicht krijgt in daadwerkelijk autobezit, het type reizigers per stad of per wijk en de gemeentelijke parkeernormen. Het vertaalt die data, in combinatie met trends en inzichten op het gebied van deelmobiliteit, naar informatie waarop een gemeente haar beslissingen kan baseren.

3. Bepaal uw rol
Als gemeente of overheid kunt u met betrekking tot deelmobiliteit vier verschillende rollen aannemen. Ze laten zich het duidelijkst omschrijven door de analogie van golven:

  • Laat de golf over u heen komen: u kunt de ontwikkeling van deelmobiliteitsdiensten over laten aan de markt. Het voordeel is dat het innovatievermogen van de nieuwe mobiliteitsdiensten maximaal benut wordt. Nadelen geeft deze ‘laissez-faire’-houding ook: u geeft als gemeente het stuur uit handen.
  • Stop de golf af: bij een wildgroei aan deelmobiliteitsaanbieders lijkt een verbod op zijn plaats. Of op zijn minst: u introduceert duidelijke richtlijnen. U belemmert innovaties, maar grijpt het stuur wél stevig vast.
  • Surf de golf: u gaat mee met de ontwikkeling van deelmobiliteit, maar borgt wel de publieke belangen. U faciliteert (via vergunningen en contracten) en stimuleert (het initiëren van mobiliteitshubs, financiële prikkels). De golf op het juiste moment pakken is wel lastig. Actuele expertise en een flexibele organisatie zijn noodzakelijk.
  • Genereer de golf: u pakt als gemeente de rol van regisseur en zorgt zelf voor deelmobiliteit in de stad of streek. U bepaalt welke deelmobiliteitsaanbieders een plek krijgen in de stad, met hoeveel voertuigen, in welke wijken, en tegen welke voorwaarden (kosten, duur van het contract).

4. Maak goede afspraken
De kans op een succesvolle inzet van deelmobiliteit is het grootst als er goede afspraken zijn tussen de gemeente, ontwikkelaar en deelmobiliteitsaanbieder. Maak duidelijk welke vormen van deelmobiliteit worden aangeboden, tegen welke voorwaarden en tegen welke kosten. En: hoe blijft die deelmobiliteit gegarandeerd voor een langere periode?

Goudappel faciliteert bij het maken van afspraken. We organiseren ronde tafels en marktdialogen waarin alle betrokken marktpartijen ingaan op de uitgangspunten en randvoorwaarden die de gemeente heeft opgesteld. We begeleiden de gesprekken en verzamelen de informatie. Mobiliteitsexperts adviseren vervolgens de gemeente, bijvoorbeeld tot een aanbesteding of de introductie van een vergunnings- of inschrijfsysteem.

5. Van start: plannen en klein beginnen
Vervolgens is het een kwestie van plannen en beginnen. In de praktijk gebeurt dat altijd proefondervindelijk, u begint klein – bijvoorbeeld in één wijk – en schaalt steeds iets verder op. In de analyse is al bepaald waar u start, met welke vorm(en) van deelmobiliteit en op welke wijze. Is het bijvoorbeeld vooral free-floating of georganiseerd via overzichtelijke mobiliteitshubs?

6. Blijf monitoren en optimaliseer
Als de eerste projecten lopen kunt u door middel van monitoring zien – bijvoorbeeld door gebruikersenquêtes of data-analyses van onder meer het Nederlands Verplaatsingspanel – wat werkt en wat niet. Hoe tevreden zijn de gebruikers? En hoeveel kilometers maken ze per deelauto, fiets en scooter? En vooral: waarnaartoe? Op basis van de ingekomen data is optimalisatie mogelijk. OmniTRANS Horizon is een modelprognose die inzicht biedt in mobiliteitsgedrag op doelgroepniveau. Het kijkt dus naar alle verplaatsingen van élk afzonderlijk individu. En dat is vooruitstrevend, want de meeste verkeersmodellen focussen op het gemiddelde gedrag.

7. Blijf innovatief
Deelmobiliteit blijft zich ontwikkelen. Er komen nieuwe vormen bij en het aantal aanbieders neemt toe. Vraag u als gemeente af hoeveel ruimte u de nieuwe vormen en nieuwe aanbieders wilt bieden. En welke plekken krijgen ze toebedeeld in een stad? Aanbieders van deelmobiliteit zullen bij een vrije keuze vooral de drukke en daarmee commercieel interessante plekken kiezen. Met een overeenkomst of contract kunt u ze verplichten om hun diensten in minder populaire buurten aan te bieden, buiten het centrum.

Deelmobiliteit auto

Real-time sturen in deelmobiliteit

Ook in de tools die bepalen waar in de stad deelmobiliteit nodig is, zit ontwikkeling. Momenteel gebeurt die analyse nog vooral statisch, maar dynamische vormen zullen zich aandienen. Denk aan het uitwisselen van data zodat deelmobiliteit op een locatie kan worden aangepast op basis van real-time of verwachte drukte – bijvoorbeeld tijdens een evenement. Bij een station staan niet de gebruikelijke tien elektrische deelscooters klaar, maar op piekmomenten bijvoorbeeld vijftig stuks. Goudappel schreef samen met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een voorstel voor een nationaal datagedreven ecosysteem dat moet voorzien in bovenstaande behoefte.

Praktijkvoorbeelden van deelmobiliteit

Deelmobiliteit: zo zet u het als gemeente in

  • Deelmobiliteit als invulling van Mobility as a Service (MaaS)
    Deelmobiliteit is vaak een uitstekende invulling van Mobility as a Service (MaaS), waaronder ook openbaar vervoer valt. Bij MaaS zoekt de gebruiker de mobiliteitsdiensten zelf bij elkaar die hem het snelst, slimst of schoonst van – bijvoorbeeld – de periferie naar de stad brengen. Denk aan een rit per deelauto naar het station, waarna de reiziger de trein pakt. Voor het laatste deel van de reis – de last mile in stedelijk gebied – zet de gebruiker vervolgens de deelfiets- of elektrische scooter in. MaaS draagt zo bij aan CO2-reductie, bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad.

     
  • Deelmobiliteit als alternatief voor de auto in woonwijken
    Deelmobiliteit concurreert pas echt met de auto als het alternatief net zo makkelijk beschikbaar is. ’Deelmobiliteit moet daar zijn waar mensen wakker worden’, is een veelgehoord mantra. Een prima entree van deelmobiliteit in de woonwijk is het vervangen van reguliere parkeervlakken voor speciale deelautoplekken of een deelmobiliteitshub. Tegenwoordig houden gemeentes en projectontwikkelaars bij nieuwbouw vaak al nadrukkelijk rekening met een goede balans tussen parkeren en deelmobiliteit.

Tip: promoot deelmobiliteit als vervanger van tweede auto

Juist in wijken waar veel gezinnen een tweede auto hebben, kan de deelauto een interessant alternatief zijn voor die tweede auto, mits de deelauto (of andere vorm van deelvervoer) op loopafstand staat. Als gemeente kunt u hierop aansturen.

De effecten van deelmobiliteit op autobezit en CO2-reductie

Naar de effecten van deelmobiliteit op autobezit en CO2-reductie wordt veel onderzoek gedaan. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) trok in zijn publicatie Deelauto- en deelfietsmobiliteit in Nederland: ontwikkelingen, effecten en potentie de volgende conclusies:

  • Deelautogebruik in Nederland leidt tot naar schatting 7-11% minder CO2-uitstoot per autodeler op jaarbasis: autodelers maken bewustere keuzes en gebruiken een deelauto aantoonbaar minder dan een eigen auto.
  • Het autobezit van autodelers die maximaal 5 keer per jaar een deelauto gebruiken via een B2C-platform neemt af met 27%.
  • Het autobezit van autodelers die 5 tot 30 keer, of meer dan 30 keer per jaar een deelauto gebruiken via een B2C-platform neemt af met respectievelijk 61% en 70%.
  • Het effect van deelautogebruik op de bereikbaarheid is niet vastgesteld.

Advies over de succesvolle inzet van deelmobiliteit

Van de visie bepalen tot de uitrol en de verdere ontwikkeling: de introductie van deelmobiliteit in een gemeente heeft heel wat voeten in de aarde. Om deelmobiliteit succesvol in te zetten, is het noodzakelijk de beste strategie te kiezen, de juiste analyses te maken en beproefde tools in te zetten. Goudappel kan met zijn kennis, visie en tools helpen deelmobiliteit tot een succes te maken. Recente deelmobiliteitsprojecten in onder meer Aalsmeer en Amsterdam geven goed aan waarin Goudappel sterk is.

Meer weten?

We vertellen u graag wat Goudappel voor u kan betekenen op het gebied van deelmobiliteit.

Neem contact op